Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

maandag 6 juli 2015

Toekomstbewaking als publieke zaak en taak

Jan Terlouw is binnen en buiten D66 één van de meest inspirerende pleitbezorgers van een duurzame samenleving. Hij ziet voor iedereen, van burger tot bedrijfsleven, een rol weggelegd. Maar toch vooral voor de overheid. Een duurzame energietransitie is een publieke zaak en taak.

Door Jan Terlouw

Het overgrote deel van de natuurwetenschappers dat zich bezighoudt met het klimaatprobleem is tot de conclusie gekomen dat de temperatuur op aarde vooral stijgt door toedoen van de mens, namelijk doordat mensen fossiele brandstoffen als olie, steenkool, gas en teerzanden verbranden. Daarbij komt het koolzuur vrij dat gedurende miljoenen voorgaande jaren is gebonden. Het is een broeikasgas dat de balans tussen opgevangen en uitgestraalde energie op aarde zodanig verschuift dat de temperatuur stijgt.

‘Plastic soep’
Slechts enkele wetenschappers zijn niet overtuigd. Eén van hun argumenten is dat het wel vaker warmer is geweest op aarde, lang voordat de mens er was. Bijvoorbeeld vijftig miljoen jaar geleden, toen de temperatuur op Antarctica in de zomer boven nul graden was en er op Groenland tropische bomen groeiden. Het zijn veranderingen die zich hebben voltrokken gedurende periodes die lang zijn ten opzichte van de tijd dat er mensen op aarde zijn. Nu veranderen dingen binnen honderd jaar. In de loop van slechts een halve eeuw zijn de oceanen vervuild met een ‘plastic soep’ bij elkaar zo groot als een continent. En aan het eind van deze eeuw zal de temperatuur van de atmosfeer minstens twee graden zijn gestegen, nog afgezien van de stijging van de temperatuur van de oceanen.

Politici doen zelf in het algemeen geen wetenschappelijk onderzoek, en dus is het volstrekt onverantwoord als ze de bevindingen van circa 97% van de wetenschappers naast zich neerleggen. Als het gaat om de veiligheid van medicijnen, of van voedsel, over de betrouwbaarheid van bruggen en viaducten, over wat de gewenste diepte is van vaargeulen, over de organisatie van het luchtverkeer, varen politici bij het vaststellen van regels blind op de gegevens die wetenschappers en technici verschaffen.

Datzelfde moet natuurlijk gebeuren bij het uitvaardigen van regels en wetten die het klimaat betreffen. Een politicus die zegt ‘ik geloof de wetenschappers niet’ begrijpt noch iets van het wezen van wetenschap, noch van dat van politiek. Een wetenschapper gelooft niet, hij meet om theorieën te verifiëren. Een politicus bepaalt beleid op grond van gegevens die hij zelf normaliter niet tot in detail kan beoordelen. Hij neemt beslissingen die te maken hebben met belangenafweging, met ethiek, met zijn opvattingen over wat rechtvaardig is.

Ongeloof
Een politicus kan eventueel zeggen: ‘Zelfs als het klimaat gaat veranderen met nadelige gevolgen voor ons nageslacht, ben ik niet bereid om minder fossielen te verbranden, want ik ben gekozen voor het welzijn van mijn kiezers nu. Het nageslacht zal zich wel redden, ik vertrouw op het vernuft van wetenschappers om het probleem later op te lossen.’ Daar kun je het mee oneens zijn (en ik ben het er mee oneens) , maar het is wel een politiek oordeel. Als hij zegt: ‘Ik doe het niet omdat ik de wetenschappers niet geloof’, dan doet hij aan quasiwetenschap en begrijpt hij zijn taak en zijn bevoegdheden niet.

De wetenschappers zijn ongerust. Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) van de Verenigde Naties opereert voorzichtig vanwege de enorme politieke gevoeligheid van het onderwerp, maar de conclusies liegen er niet om: hun verwachting is dat als we niet ingrijpen, de temperatuur deze eeuw met meer dan twee graden zal stijgen en dat heeft zeer kwalijke gevolgen. Gletsjers zullen slinken, de zeespiegel zal stijgen, er zullen enerzijds meer droogteperioden komen, anderzijds meer overstromingen van rivieren. Al die veranderingen zullen vooral de bewoonbare gebieden van de aarde treffen, en de bewoners van de armste landen zullen de eerste slachtoffers zijn, want zij zullen onvoldoende financiële middelen en onvoldoende kennis hebben om zich te beschermen.

Beheersing
Hoe moet het probleem worden opgelost, of minstens nog enigszins beheersbaar worden gemaakt? Alle klimaatconferenties tot nu toe zijn grotendeels mislukt. Er zijn weliswaar milieudoelstellingen geformuleerd, maar de kunst is te bereiken dat ze ook worden gehaald. Wie moet daarvoor zorgen? Allereerst hebben wetenschappers hierbij een taak. Ze moeten niet alleen mogelijke oplossingen bedenken en ontwikkelen, ze moeten ook hun bevindingen, dat wat ze bijna zeker weten, met overtuiging onder de aandacht van de politiek en van het publiek brengen. Ze zijn tenslotte ook staatsburgers.

Het bedrijfsleven heeft een taak. Het bedrijfsleven is innovatief, kapitaalkrachtig en productief. Het bedrijfsleven kan de noodzakelijke maatregelen in de praktijk uitvoeren. De burger, de consument, heeft een taak. Hij kan zijn leven duurzamer inrichten en bovenal kan hij bij verkiezingen stemmen op de ‘groenste’ kandidaat die op de lijst van de partij van zijn keuze staat.

Maar vooral de politiek heeft hier een taak. De politiek heeft regelgevingsmacht en kan afdwingen dat er duurzaam wordt gehandeld. Duurzame energie is er in overvloed. De zon straalt immers iedere dag weer een veelvoud van de hoeveelheid energie die we nodig hebben naar de aarde. De overheid zou kunnen afdwingen dat we die duurzame energie gebruiken en niet de zonne-energie die ligt opgeslagen in de vorm van olie, kolen, gas, teerzanden en wat dies meer zij. Als je in honderden jaren opmaakt wat in honderden miljoenen jaren is opgeslagen, is dat verre van duurzaam handelen.

Bemoeizuchtig
Een liberaal houdt niet van een bemoeizuchtige overheid. Maar dat wil niet zeggen dat een goede liberaal vindt dat de overheid zijn essentiële taken mag verwaarlozen. De publieke zaak moet worden gediend, zoals onderwijs, zorg, nutsbedrijven, veiligheid. Daar is iets bijgekomen: toekomstbewaking. Het is in de eerste plaats de overheid die de macht en dus de plicht heeft om ervoor te zorgen dat we de aarde niet uitwonen. Tot midden vorige eeuw hoefden we ons daar nauwelijks mee bezig te houden. Generaties lang kon men de aarde beter, productiever achterlaten dan men hem had aangetroffen. Nu ondervinden we dat de aarde een eindig systeem is, en dat door ons eigen menselijke handelen de grenzen van de capaciteit van de aarde bijna zijn bereikt. Daarom is die nieuwe taak, toekomstbewaking, voor onze overheden manifest geworden.

Het zorgelijke is dat de politiek de greep op de samenleving in steeds hoger tempo verliest. Mondiale ontwikkelingen, op het gebied van economie, van banken, van kapitaalstromen, van migratie, van vluchtelingenstromen, … Heeft de politiek er nog controle over? De vermogensverschillen nemen in schrikbarend tempo toe. Geld is macht, dat gaat nog steeds op. Als de geldaccumulatie bij bedrijven en zelfs bij particulieren de nationale begrotingen gaan overstijgen, kan de politiek dan nog tegenhouden dat onze kinderen straks moeten leven op een uitgewoonde aarde?

Het probleem is door menselijk handelen veroorzaakt, door wat wetenschap en techniek mogelijk maakten, door wat het bedrijfsleven deed om die ontdekkingen en uitvindingen om te zetten in welvaartsproducten, door het gemakzuchtige en verkwistende gedrag van consumenten, door overheden die bepaalden wat wel en wat niet mocht. Het probleem kan ook door mensen worden opgelost, al dringt de tijd. Een stijging van de temperatuur is gaande en al niet meer te voorkomen, zelfs als het roer nu rigoureus omgaat.

Handen gebonden
De eenvoudigste remedie is: afdwingen dat de vervuiler betaalt. Als dat principe consequent wordt toegepast, als in de prijs van ieder product het tegengaan van de veroorzaakte vervuiling is verdisconteerd, dan wint duurzame productie de slag, dat blijkt uit economische analyses. Maar als bijvoorbeeld fossiele energie nog steeds vijfmaal zo gunstig wordt gesubsidieerd als duurzame energie, zoals de International Energy Agency in Parijs heeft laten weten, dan zijn de handen van het bedrijfsleven gebonden. Wat het bedrijfsleven nodig heeft, is een gelijk speelveld. De politiek kan en moet daarvoor zorgen. Maar doet het niet.

Het is zeer de vraag of de politiek zijn greep op de ontwikkelingen zal herkrijgen. Als de klimaatconferentie die later dit jaar in Parijs zal plaatsvinden opnieuw politieke machteloosheid zal laten zien, dan ziet de toekomst er somber uit. Wellicht moet de oplossing van onderaf komen. Steeds meer burgers maken zich zorgen over de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen. Kleine, innovatieve bedrijven komen met duurzame oplossingen, met hoopgevende initiatieven. Steeds meer gemeenten stellen zich duurzaamheidsdoelen en lijken die ook te gaan bereiken. Misschien zal ook de nationale en internationale politiek op den duur overstag gaan, niet uit eigen aandrift, maar op grond van wat democratie vermag.

Jan Terlouw is schrijver en oud-politicus van D66.

Dit artikel is verschenen in de Idee nr. 2 ‘De slag om duurzame energie’.