Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

woensdag 22 juni 2016

Beteugel het recht van de sterkste

Dit is een artikel uit het nieuwe nummer van idee, dat op 2 juli aanstaande verschijnt.

Om de maatschappelijke uitdagingen van vandaag en morgen aan te gaan, moet D66 haar bakens verzetten. Vier D66’ers pleiten voor een nieuwe agenda voor de partij met drie opdrachten: herovering van het publieke domein, radicale kansengelijkheid en sociale innovatie.

Door Suardus Ebbinge, Lars Roodenburg, Pieter Rietman en Abele Kamminga

Het is tijd voor een nieuw verhaal. De afgelopen tien jaar heeft onze partij zich met succes ingezet voor belangrijke economische hervormingen en de verdediging van individuele vrijheden. Dat was nodig. Maar nu is het tijd voor een nieuwe agenda. We moeten onze aandacht verleggen naar wat de overheid wél moet doen: waar ze moet optreden, mogelijk maken en beschermen.

Wij voelen ons gesterkt in deze opvatting door de vele positieve reacties, binnen en buiten onze partij, op de mediaoptredens van onze voormalige politiek leider Jan Terlouw. In De Volkskrant en op Radio 1 sprak hij over de uitholling van de democratie, falende marktwerking en de plicht tot duurzaamheid – misschien wel het fraaist samengevat in zijn oproep: “Laten we de publieke taak van de overheid alsjeblieft niet veronachtzamen. Pas toch op voor de wet van de jungle.”[1]

Deze oproep vertalen wij naar een agenda die in het teken staat van de herovering van het publieke domein, radicale kansengelijkheid en sociale innovatie. Naar een agenda die het recht van de sterkste beteugelt.

Herovering publieke domein
De eerste opdracht is de herovering van het publieke domein. De afgelopen decennia is er te gemakkelijk gedacht dat we publieke problemen aan de markt konden overlaten, of dat marktwerking binnen de overheid de beste oplossing was. De overheid heeft taken uit handen gegeven of op afstand geplaatst, waardoor ze er nu niet of nauwelijks nog invloed op kan uitoefenen, terwijl mensen dat wel verwachten.[2] De voorbeelden zijn talrijk: het gedoe tussen NS en ProRail, de macht van zorgverzekeraars, de problemen bij de Voedsel- en Warenautoriteit. Tegelijkertijd hebben burgers zich taken uit handen laten nemen, want het was soms ook wel makkelijk als de overheid het regelde. Er is te weinig aandacht geweest voor wat mensen onderling kunnen en willen organiseren. Daarbij komt dat ondanks allerlei vormen van inspraak, mensen weinig invloed hebben op de totstandkoming van publieke voorzieningen.[3]

We moeten daarom af van het trumpiaanse waanidee dat Nederland een BV is. Nederland is een liberaal-democratische samenleving waarin de overheid een belangrijke rol heeft bij het oplossen van publieke problemen die te groot zijn voor mensen onderling, en waarin rechtvaardigheid belangrijker is dan efficiëntie. De privatiseringen van de afgelopen jaren en het delegeren van talloze publieke taken naar zelfstandige bestuursorganen buiten de democratische controle moeten daarom tegen het licht gehouden worden.[4] Vervolgens moeten we opnieuw bekijken wat thuishoort bij de overheid, mensen onderling, de markt of combinaties daarvan.[5]

Als de overheid zich haar publieke taken weer heeft toegeëigend, zijn we er nog niet. Juist dan is het nodig om verantwoordelijkheden daar te beleggen waar ze horen: zo dicht mogelijk bij de burger. De opgaven uit het Appèl van 1966 zijn dan ook nog springlevend.[6] Zo stammen de regels van ons stelsel nog steeds grotendeels uit 1848 en staat het besluitvormingsproces ver af van de dagelijkse realiteit van mensen. Al jaren vormen de Nederlanders die vinden dat ze geen invloed hebben op het bestuur zo’n 50 procent van de bevolking.[7]

In een geïndividualiseerde samenleving waarin oude institutionele structuren zijn geërodeerd, is het moeilijk genoeg om invloed uit te oefenen op besluiten over je eigen omgeving. Het voelt soms alsof je geblinddoekt op de achterbank zit en er maar op moet vertrouwen dat de chauffeur, ondanks alle kuilen en wegversperringen, de juiste route neemt. En dan wil die chauffeur ook nog dat je je vier jaar lang niet bemoeit met de rijstijl en de route. Een noodrem in de vorm van een correctief referendum kan onder de juiste voorwaarden uitkomst bieden. Gekozen bestuurders, zoals de burgemeester en minister-president, dragen ook bij aan het vergroten van betrokkenheid. Deze middelen zijn echter niet genoeg om het democratisch tekort aan te pakken.

Liever zien wij dat mensen meer invloed krijgen tijdens een regeerperiode. Technologische vooruitgang maakt het mogelijk om in korte tijd veel mensen bij veel onderwerpen te betrekken. Wij pleiten daarom voor een stevige inzet op digitale democratie, experimenten met deliberatieve peilingen en het betrekken van inwoners bij het opstellen van begrotingen (participatief begroten). In de Braziliaanse stad Porto Alegre stellen burgers al 25 jaar lang zelf de begroting vast. Met als resultaat een verbeterde riolering en hogere budgetten voor onderwijs en zorg.[8] Wereldwijd hebben zo’n 1400 steden dit voorbeeld gevolgd, waaronder New York, een stad met meer inwoners dan Nederland.[9] In sommige steden, zoals Utrecht, werkt de gemeente al met buurtbudgetten. Dit soort voorbeelden verdient navolging.

 

“Technologische vooruitgang maakt het mogelijk om in korte tijd veel mensen bij veel onderwerpen te betrekken”

 

Een van de grootste publieke opgaven is duurzaamheid. Aan onszelf en de generaties na ons zijn wij liberaal rentmeesterschap verschuldigd. Of, zoals Terlouw het zei: “Daar moet de overheid verantwoordelijkheid nemen, omdat de overheid, de politiek, de enige instantie is die garanties voor toekomstige generaties kan vastleggen en handhaven. Dat kunnen burgers niet. Dat kunnen bedrijven niet. De markt kan beleid uitvoeren, niet maken. De overheid moet verantwoordelijkheid nemen voor de nog ongeborenen, voor een leefbare aarde, voor onze kinderen en kleinkinderen. Is er iets belangrijker?”[10] D66 heeft al een stevige ambitieuze agenda voor duurzaamheid; het is van het grootste belang dat we deze tot uitvoering brengen. Over dit onderwerp zijn wat ons betreft compromissen nauwelijks denkbaar.

Radicale kansengelijkheid

De tweede opdracht is een agenda van radicale kansengelijkheid. Dat is bij uitstek een sociaal-liberale opdracht. Anders dan conservatief-liberalen die streven naar een onverschillige nachtwakersstaat, hebben wij immers ook aandacht voor positieve vrijheden: wij willen een overheid die mensen in staat stelt om hun leven in te vullen zoals zij goed en waardig achten.

Natuurlijk: onderwijs, onderwijs, onderwijs. Onderwijs moet de motor van emancipatie zijn – en voor velen is het dat ook geweest. Recentelijk constateerde de Inspectie van het Onderwijs echter een zorgelijke trend: kinderen met dezelfde talenten hebben op school steeds minder vaak dezelfde kansen.[11] Hun afkomst bepaalt hun toekomst; dat mag geen D66’er voor gegeven aannemen. We moeten daarom investeren in voorschoolse educatie, brede basisscholen en de mogelijkheid om makkelijker door te stromen naar andere niveaus in het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld door latere selectie en door stapeling makkelijker te maken.

Onderwijs is de start, maar er is veel meer te doen. Als Floris en Achmed na schooltijd naar huis lopen en kattenkwaad uithalen, en zelfs als ze dat laatste niet doen, is de kans dat de politie Achmed aanspreekt of controleert groter dan bij Floris.[12] Als Achmed al hetzelfde diploma haalt als Floris, komt hij terecht op een arbeidsmarkt waar zijn voornaam voor veel sollicitatiecommissies genoeg reden is om zijn cv aan de kant te leggen.[13]

 

“Hun afkomst bepaalt hun toekomst; dat mag geen D66’er voor gegeven aannemen”

 

Het gaat niet alleen om Achmed. Voor vrouwen en mensen uit een lager sociaal-economisch milieu geldt eenzelfde verhaal over ongelijke kansen. Het onderwijs neemt deze ongelijkheid niet weg. Daarvoor is meer nodig: gelijke beloning op de arbeidsmarkt voor mannen en vrouwen, een stevige aanpak van de blaming the victim-cultuur in de omgang met seksueel geweld, gelijkschakeling van vader- en moederschapsverlof, het direct opvolgen van de aanbevelingen van de VN-Mensenrechtenraad die Nederland heeft berispt over etnisch profileren, en het mogelijk maken van anoniem solliciteren.

 Sociale innovatie
Sociale innovatie zien wij als derde opdracht. Het hervormen van bestaande systemen is wat ons betreft niet voldoende om het onrechtvaardig grote gat tussen arm en rijk en de vastgeroeste sociale zekerheid te beantwoorden.

Voor sociaal-liberalen zijn gelijke kansen belangrijker dan gelijke uitkomsten. Niet voor niets luidt een van onze richtingwijzers ‘Beloon prestatie en deel de welvaart’.[14] Als we de verschillende cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bekijken, moeten we constateren dat Nederland sinds 1980 denivelleert: de rijkste 10 procent zag zijn koopkracht met 60 procent stijgen, minima zagen die met 10 procent dalen. De rijkste 1 procent van Nederland bezit bijna 30 procent van al het vermogen, terwijl de helft van de Nederlanders helemaal geen vermogen heeft. Ruim 400.000 kinderen groeien op in een gezin met een laag inkomen en lopen het risico door de armoedegrens te zakken. Bij dit soort extreem ongelijke uitkomsten is de vraag hoe gelijk de kansen überhaupt waren. Is er nog wel sprake van een rechtvaardige beloning van prestaties en verdeling van de welvaart?

We zitten opgescheept met een Participatiewet die leidt tot verdringing, een Wet Werk en Zekerheid die noch werk, noch zekerheid biedt, en een overheid die inzet op flinkheid en fraudebestrijding. Dat heeft de afgelopen jaren meer ellende opgeleverd dan resultaten.[15] Ons stelsel van sociale zekerheid, ons pensioenstelsel en de manier waarop we betaalde en onbetaalde arbeid waarderen zijn achterhaald. Het is begrijpelijk dat we in de huidige politieke realiteit voorstellen doen voor aanpassingen van de bestaande stelsels. Maar de oplossing schuilt in gedurfdere keuzes.

Recente discussies over het basisinkomen, de mogelijke impact van robots en het verdwijnen van banen voor met name mensen met een mbo-diploma hebben één ding duidelijk gemaakt: de vanzelfsprekende relatie tussen arbeid en inkomen staat onder druk. Pasklare oplossingen zijn niet voorhanden. Dat betekent dat we hier moeten durven experimenteren, bijvoorbeeld met minder regels in de bijstand, woningen voor daklozen, extra financiële ondersteuning voor mensen die gevangen zitten in een schuldenspiraal, en andere manieren van ondersteuning en waardering van vrijwilligerswerk. Op dit moment houdt de regering alle experimenten tegen en zit ze zo sociale innovatie in de weg. Daarvoor moet in een volgende regeerperiode ruimte komen.

 

“Het hervormen van bestaande systemen is niet voldoende om het onrechtvaardig grote gat tussen arm en rijk te beantwoorden”

 

Baanzekerheid is steeds vaker iets van het verleden. Bedrijven groeien en krimpen sneller en sterker dan voorheen. De opdracht blijft om vast minder vast te maken, en flexibel werken of het zzp´erschap zekerder. We kunnen hierbij leren van onze Scandinavische buren, die erin slagen om een goede inkomensbescherming te combineren met een flexibele arbeidsmarkt en kortere werkdagen. Dat kan bijvoorbeeld door het afschaffen van contracten voor onbepaalde tijd en het introduceren van een verplichte basisverzekering voor alle werkenden. Om de afname van laagbetaalde banen tegen te gaan, pleiten wij voor het verlagen van de werkgeverslasten in combinatie met bijvoorbeeld een negatieve inkomstenbelasting voor mensen met een laag inkomen. Zo wordt het aantrekkelijker om mensen in dienst te nemen en gaan mensen met lage inkomens erop vooruit.

Opdracht voor de toekomst

We schetsen hier de eerste contouren van een nieuw verhaal voor onze partij. Dat verhaal steunt op drie pijlers: de herovering van het publieke domein, radicale kansengelijkheid en sociale innovatie. Dat betekent dat mensen meer invloed krijgen op hun eigen leven en hun omgeving. We streven naar radicale kansengelijkheid, waarbij afkomst, leeftijd en sekse niet je toekomst bepalen. We geven gemeenten de ruimte om te experimenteren in de sociale zekerheid, zodat we het vastgeroeste stelsel weer ondersteunend in plaats van belemmerend maken. We stellen ons op als liberale rentmeesters die een leefbare wereld nalaten voor de generaties na ons. Toekomstbewaking noemt Terlouw het: “het besef dat de politiek, de overheid, de dingen moet durven doen, de eisen moet stellen, de voorwaarden moet scheppen die voor onze kinderen en kleinkinderen de aarde een kansrijke plek maken.”[16] Dat is onze opdracht voor de toekomst.

 

Suardus Ebbinge (@Suardus), Lars Roodenburg (@LarsRoodenburg), Pieter Rietman (@PieterRietman) en Abele Kamminga (@abelekamminga) zijn actieve D66’ers en namen deel aan ‘Driebergen’, het topkaderprogramma van de partij.

 

[1] “Het kapitaal is nu helemaal de baas”, De Volkskrant, 20 februari 2016. En: “Jan Terlouw: ‘De politiek is onmachtig geworden om te zeggen wat we gaan doen’”, NPO Radio 1, 24 februari 2016.

[2] Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Dertig jaar privatisering, verzelfstandiging en marktwerking  (2012).

[3] Zie o.a.: Sociaal en Cultureel Planbureau, De sociale staat van Nederland 2015 (2015) en Sociaal en Cultureel Planbureau, Meer democratie, minder politiek? Een studie van de publieke opinie in Nederland (2015).

[4] Zie bijvoorbeeld: Frank Ankersmit, “Voor de neoliberaal is het algemeen belang onzin, voor de liberaal is het juist de kern”, NRC Handelsblad, 3 januari 2009, en Frank Ankersmit en Leo Klinkers (red.), De tien plagen van de staat. De bedrijfsmatige overheid gewogen (Van Gennep; 2010).

[5] Corina Hendriks, Van opgelegde naar oprechte participatie (Mr. Hans van Mierlo Stichting; 2014).

[6] D66, Appèl aan iedere Nederlander die ongerust is over de devaluatie van onze democratie (1966).

[7] Sociaal en Cultureel Planbureau, De sociale staat van Nederland (2015), blz. 73.

[8] Wereldbank, Participatory budgeting in Brazil, via: http://siteresources.worldbank.org/INTEMPOWERMENT/Resources/14657_Partic-Budg-Brazil-web.pdf.

[9] Urban Justice Centre, A People’s Budget. A Research and Evaluation Report on Participatory Budgeting in New York City (2015), via: https://cdp.urbanjustice.org/sites/default/files/CDP.WEB.doc_Report_PBNYC_cycle4findings_20151021.pdf.

[10] Congresspeech Jan Terlouw, 1 november 2014, via: https://d66.nl/publicaties/congresspeech-jan-terlouw/.

[11] Inspectie van het Onderwijs, De staat van het onderwijs (2016).

[12] Amnesty International, Proactief politieoptreden vormt risico voor mensenrechten. Etnisch profileren onderkennen en aanpakken (2013).

[13] Sociaal en Cultureel Planbureau, Op afkomst afgewezen. Onderzoek naar discriminatie op de Haagse arbeidsmarkt (2015).

[14] Mr. Hans van Mierlo Stichting, Beloon prestatie en deel de welvaart (2016).

[15] Voor de negatieve gevolgen van de Participatiewet, zie het onderzoek van het NCRV-programma De Monitor (http://demonitor.ncrv.nl/werken-met-een-beperking). Voor de problemen met de Wet Werk en Zekerheid, zie bijvoorbeeld: “Flexwet levert eerder ontslag op dan vast werk”, Algemeen Dagblad, 3 maart 2016; en Sheila Sitalsing, “Voortschrijdend inzicht? De VVD is tegen”, De Volkskrant, 18 mei 2016.

[16] Congresspeech Jan Terlouw, 1 november 2014, via: https://d66.nl/publicaties/congresspeech-jan-terlouw/.