Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

dinsdag 28 maart 2017

Volksvertegenwoordigers moeten door loting worden verkozen

Ja vs. Nee: Sociaal-liberaal debat

Ja

In een democratie heerst de wil van het volk, per definitie. Hoe kan de wil van het volk bekend worden? In principe zijn daar twee methoden voor.

De ons bekende methode is verkiezing van een volksvertegenwoordiging, op basis van lijsten die door politieke partijen worden vastgesteld. Nu is niet veel meer dan 2 procent van de kiezers lid van een partij. Een groot deel daarvan is meer papieren dan actief lid. Het ligt voor de hand dat die volksvertegenwoordigers in veel opzichten afwijken van doorsnee Nederlanders. Ze zijn veel hoger opgeleid, hebben een hoger inkomen (ook voordat ze gekozen werden), zijn iets ouder en vaker man dan vrouw. Onderzoek laat zien dat ze weliswaar op veel punten dezelfde opvattingen hebben als hun kiezers, maar over een aantal belangrijke zaken anders denken, zoals Europese integratie en vreemdelingenbeleid. Vanuit democratisch oogpunt is dat een nadeel van deze methode.

Er bestaat echter ook een andere methode om de wil van het volk te ontdekken. Men neme een willekeurige steekproef uit de bevolking en vrage die: wat wilt u dat de overheid doet? Opiniepeilers doen dit dagelijks. Hun peilingen hebben echter twee nadelen. Ten eerste is de respons vaak laag en wordt er met kunstgrepen voor gezorgd dat toch alle bevolkingsgroepen ongeveer naar verhouding in de steekproef vertegenwoordigd zijn. Ten tweede is vaak onduidelijk of de respondenten de vraag goed begrepen en overdacht hebben. Als we die problemen oplossen, krijgen we wellicht een nauwkeurigere methode om de volkswil te peilen dan verkiezingen via partijen.

Door loting kan men een volksvertegenwoordiging selecteren die een veel betere afspiegeling van de kiesgerechtigde bevolking vormt dan de via partijen gekozen parlementen. Om te voorkomen dat lageropgeleiden, jongeren en minderheden thuis blijven, moet deelname ofwel verplicht worden gesteld – zoals bij juryrechtspraak in Angelsaksische landen – ofwel royaal beloond worden. Tal van experimenten met door loting samengestelde burgerfora of burgerjury’s laten zien dat de meeste willekeurig geselecteerde burgers bereid en in staat zijn zich grondig in allerlei problemen te verdiepen. Ook komen ze vaak met originele en creatieve oplossingen.

Niet alle politieke problemen laten zich op deze manier oplossen. Ik pleit er dan ook niet voor om de Tweede Kamerverkiezingen door loting te vervangen, maar wel om te experimenteren met loting voor wijkraden, ondernemingsraden en adviesraden. Wellicht op termijn ook voor gemeenteraden en Provinciale Staten, met name als de opkomst bij verkiezingen nog verder daalt. En wie weet, de Eerste Kamer?

Paul Lucardie is politicoloog en onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.

Nee

Deliberatieve experimenten via het principe van loting zijn een nuttige aanvulling gebleken op de representatieve democratie. Verschillende voorstanders van het model gaan echter een stuk verder: de volledige of gedeeltelijke vervanging van vertegenwoordigende organen als de Eerste Kamer of de gemeenteraad. De hoogstaande idealen van de verkiezingsloterij worden voorgesteld als remedie tegen de tekortkomingen van de representatieve democratie. Het valt echter te betwijfelen of loting die hoge verwachtingen waarmaakt.

Ten eerste zou loting leiden tot betere burgerparticipatie dan verkiezingen, zo suggereert de Vlaamse publicist David van Reybrouck. De kleine groep die ingeloot is heeft inderdaad meer mogelijkheden tot zeggenschap. Maar de overweldigende meerderheid van de bevolking staat in een systeem van loting levenslang langs de zijlijn. Bovendien wordt overschat hoe bereid burgers zijn om bij loting actief te worden. In hun studie naar Nederlandse initiatieven concludeerden bestuurskundigen Harmen Binnema en Ank Michels: ‘Vele duizenden uitnodigingsbrieven leveren enkele honderden deelnemers op. (…) Meer dan negen op de tien mensen die worden ingeloot, besluiten om uiteenlopende redenen niet te komen.’

Ten tweede zou loting leiden tot een betere afspiegeling van de samenleving dan verkiezingen. Dat valt in de praktijk tegen. Opnieuw Binnema en Michels: ‘Degenen die wel komen, lijken veel op de participatie-elite: ze zijn hoogopgeleid, autochtoon, wat ouder, actief betrokken bij hun buurt en hebben vertrouwen in de politiek (…). Loting wordt op die manier alsnog zelfselectie, met gebrek aan diversiteit en legitimiteit.’ Dit probleem is te ondervangen door deelname verplicht te stellen. Dat betekent een verregaande inbreuk op de vrijheidsrechten van burgers, die gedwongen worden zichzelf, hun familie en hun carrière bloot te stellen aan de krachten die omgaan in de politiek. Maar ook dan staat kansberekening een goede afspiegeling in de weg. Loting creëert niet noodzakelijk een goede dwarsdoorsnede van de bevolking. Dat wordt pas waarschijnlijk wanneer een heel grote groep wordt ingeloot. Voor een nationaal representatief orgaan komen we dan al snel op 1000 tot 1500 vertegenwoordigers.

Ten derde zou loting de legitimiteit van de democratie herstellen. De aanname van een legitimiteitscrisis klopt echter niet. De tevredenheid met het functioneren van de democratie is hoog en sinds de jaren zeventig en tachtig zelfs gestegen. Het vertrouwen in regering en parlement fluctueert, maar daalt niet structureel. De vraag is bovendien of burgers zich beter vertegenwoordigd voelen wanneer vertegenwoordigers op basis van abstracte wiskundige principes zijn geselecteerd en burgers op de besluiten van die vertegenwoordigers geen invloed hebben.

Deliberatie heeft zeker een plek in de Nederlandse politiek. Maar loting is geen evident alternatief voor de stembus. Verkiezingen zijn met afstand de meest egalitaire participatievorm, juist doordat zo bijzonder veel burgers deelnemen aan die laagdrempelige activiteit.

Tom van der Meer is hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van het boek Niet de kiezer is gek.