Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

dinsdag 13 juni 2017

Eerlijk Delen in de Deeleconomie: verslag

Hoe gaan we om met de steeds groeiende deel- en kluseconomie? De Mr. Hans van Mierlo Stichting organiseerde op 27 juni 2017 de  debatavond ‘Eerlijk Delen in de Deeleconomie’, naar aanleiding van het uitkomen van de nieuwste idee: ‘Werken aan de toekomst’ op 1 juli. We gingen in gesprek met Koen Frenken, auteur van het rapport ‘Eerlijk Delen’ van het Rathenau Instituut, Jan Paternotte (Tweede Kamerlid D66) en Jony Ferket (Gemeenteraadslid D66 Utrecht).

Koen Frenken voorspelt dat het grote maatschappelijke vraagstuk zal komen te liggen bij de kluseconomie ­– het verlenen van diensten voor geld, zoals Uber. Door de enorme groei van zulke bedrijven kunnen grote verschuivingen in de arbeidsmarkt ontstaan. Hoe benaderen we deze ontwikkeling? Frenken droeg vier mogelijke oplossingen aan: gedogen, verbieden, dereguleren of reguleren.

Volgens Jan Paternotte wordt de kluseconomie in de landelijke politiek nog niet als zodanig besproken, omdat deze zich verspreidt over vele sectoren. D66 heeft dan ook geen uniforme benadering. Hij benadrukte dat D66 optimistisch staat tegenover de kluseconomie omdat het kansen biedt, zoals goedkopere en veiligere taxi’s. Er bestaan ook nadelen, wat Airbnb in Amsterdam laat zien. Om deze negatieve gevolgen te bestrijden is regulering nodig. Ontwikkelingen volgen elkaar echter zo snel op dat het voor de politiek moeilijk is om bij te blijven.

Jony Ferket ziet vooral kansen voor Utrecht. Er is lokaal behoefte aan landelijke afspraken met de grote bedrijven. Utrecht is te klein om zelfstandig te kunnen onderhandelen met giganten als Airbnb. Moet er dan een uniforme regelgeving komen die geldt voor heel Nederland?  Ferket stelt van niet. Utrecht is geen Amsterdam. Paternotte stemt hiermee in. Andere steden hebben een andere aanpak nodig. Wel is het nodig om op te kunnen boksen tegen de grote schaal van de platforms.

Daarnaast wees Frenken op de historische context van de kluseconomie. Dit is geen nieuw fenomeen, maar iets van alle tijden. Alleen de snelheid en grootte is ongekend. Vanuit de politiek kan het in een dergelijke overgangssituatie even duren voordat hier adequaat op gereageerd kan worden. ‘Het kan heel lang duren’, bevestigt Paternotte. De overheid ‘hobbelt’ soms achter de ontwikkelingen aan. Toch doet Nederland het erg goed, stelt Frenken. Rustig onderhandelen, niet gehaast regelgeving overboord gooien: ‘Nederland is een voorbeeld’.

Faciliteert de kluseconomie uitbuiting van werkenden? Als er uitbuiting plaatsvindt moeten er nieuwe regels worden ingevoerd, stelt Paternotte. Vooral het aanpakken van de gecentreerde macht van bedrijven is hierbij belangrijk.  Ferket stelt dat flexibel werk in de kluseconomie ook een uitkomst kan zijn voor mensen die willen bijverdienen. ‘Het werk van gisteren is niet het werk van morgen’. Frenken nuanceert dit standpunt; vanuit historisch perspectief is het verschil tussen een zzper die actief is via een klusplatform en een werknemer met een nul uren contract nihil.

Moeten we verbieden of reguleren? De aanwezigen geloven niet zo in verbieden. We kunnen het beste per sector maatregelen treffen. Uiteindelijk zal de kluseconomie alleen maar verder groeien. Een landelijk raamwerk is nodig, maar wel met een invulling van lokaal maatwerk.

 

 

 

 

 


Wilt u meer weten over werk in de toekomst? Neem dan nu een abonnement op idee en ontvang de nieuwste idee ‘Werken aan de toekomst’.