Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

woensdag 14 juni 2017

‘We gaan van competitie naar samenwerking’

De groei van deeleconomiebedrijven als Uber en Airbnb heeft grote gevolgen voor de arbeidsmarkt. Maar doordat zij de intelligentie van hun platforms voor zichzelf houden, voegen ze weinig waarde toe aan de samenleving. Marleen Stikker, directeur van Waag Society, breekt een lans voor de platformbedrijven die gezamenlijk waarde creëren én delen. ‘Als je meer ruimte aan coöperaties geeft, ontstaan nieuwe ideeën over de aard van arbeid.’


Marleen Stikker is directeur van Waag Society – Institute for art, science and technology.


Dit artikel komt uit de nieuwste idee ‘Werken aan de toekomst’ die op 1 juli verschijnt. Ook de nieuwste idee ontvangen? Neem dan hier een abonnement.

In het Parool schreef u onlangs dat het een gemiste kans is van de Amsterdam Economic Board, het adviesorgaan van de gemeente Amsterdam voor economisch beleid, om Uber toe te laten treden tot het bedrijvennetwerk. Waarom vindt u dat?

‘Er zijn twee varianten van bedrijven in de deeleconomie, platformcoöperaties en platformcorporaties. Uber is een platformcorporatie, terwijl in de Amsterdam Economic Board het andere type bedrijf ontbreekt. Dat zou geen onderdeel uitmaken van economische activiteit.’

Wat bedoelt u met die twee varianten?
‘Platformcorporaties creëren platforms die we kunnen gebruiken om goederen te delen of diensten te leveren, waarbij de intelligentie van het systeem en het reputatiemanagement centraal zijn geregeld. 99 procent van de winsten komt centraal terecht bij aandeelhouders. Deze structuur zorgt voor allerlei perverse prikkels. Men zoekt schaalvoordeel door generieke software te ontwikkelen en die zo snel mogelijk met heel veel kapitaalkracht over de hele wereld aan te bieden. Dit type bedrijven blijft door kapitaal overeind. De vraag is wat voor waarde zo’n bedrijf nu echt heeft.’

‘Het andere type deeleconomiebedrijven is platformcoöperatie. Dit type belichaamt de wederopstanding van de coöperatieve beweging. Hierin staan de commons staan centraal: goederen die aan de gemeenschap toebehoren. Het draait om gezamenlijk waarde creëren en samen delen. Er is hier sprake van een wederkerige relatie, waarbij ook de intelligentie van het systeem en de kennis over het systeem gedeeld worden.’

Is dat hetzelfde als de coöperaties van vroeger?
‘Coöperaties waren in het verleden lokaal gebonden. Er ontstaan nu nieuwe, translocale of globale commons-modellen. Door het internet is er nu een decentrale infrastructuur, waardoor je kan opschalen zonder centralistisch te hoeven worden. Verschillende nodes (knooppunten, red.) kunnen hun eigen zelfstandigheid behouden. Een voorbeeld uit de open-sourcewereld is het besturingssysteem Linux.’

‘De commons bestaan in twee varianten. De eerste vorm is datgene wat ons gegeven is: de planeet. Haar grenzen overschrijden we al geruime tijd. Een heel groot deel van de winsten van de exploitatie van onze planeet-commons komt bij bedrijven terecht, maar de lasten niet. Die vallen in het maatschappelijk domein. De tweede vorm van commons is wat we gezamenlijk aan kennis en producten produceren, de zogenaamde culturele commons. Die omvatten ook technologie, taal, wetenschappelijke kennis en ambachtskennis. Deze vorm van commons wordt nu niet begrepen als een onderdeel van economische activiteit. Maar pas als je dat wel zo ziet, kan je zien dat het open delen een cruciale rol vervult en veel waarde genereert. Zowel de samenleving als bedrijven kunnen hiervan gebruikmaken.’

Een andere visie op economische productie is dus nodig. Wat betekent dit?
‘Economie is tegenwoordig geen kritische theorievorming, maar bestaat uit het optimaliseren van een model uit de 20e eeuw. Daardoor komen er geen passende oplossingen; de enige recente innovatie is het basisloon.

‘We hebben een economie voor de 21e eeuw nodig’

Als je de markt verder zijn gang laat gaan, krijg je door robotisering een minimalisering van het aantal deelnemers aan het arbeidsproces. Als je meer ruimte aan commons en coöperaties geeft, ontstaan nieuwe ideeën over de aard van arbeid. Arbeid, kapitaal en zeggenschap staan daarin niet meer tegenover elkaar. Er ontstaan talloze samenwerkingsvormen; denk aan zzp’ers in broodfondsen.’

Doet u nu een oproep aan de economische wetenschap om een ander economisch model te ontwikkelen?
‘Ja, we hebben een economie voor de 21e eeuw nodig. In Doughnut Economics ontleedt Kate Raworth een alternatief dat leidt tot een andere manier van denken en een andere praktijk. Ten eerste neemt ze de grenzen van de planeet als uitgangspunt. Economie gaat over het huishouden, en de planeet is een huishouding die we in stand moeten houden. Anders bestaan we niet meer als mensheid. We moeten haar grenzen respecteren als buitengrens. De tweede grens, de binnengrens, is die van sociale rechtvaardigheid. Je wil geen waarde genereren ten koste van anderen. Alles wat binnen die twee grenzen blijft, is een goede plek voor de mensheid. Ons project FairPhone is een voorbeeld van deze aanpak. Onder welke arbeidsomstandigheden wordt het product (een mobiele telefoon, red.) gemaakt? En wat is het beslag op de planeet? FairPhone laat zien dat het mogelijk is om producten op deze wijze te maken. Waarom zou je dan nog producten toestaan die deze grenzen niet respecteren? Daarnaast stelt Kate Raworth dat we de commons naast de markt moeten plaatsen. In haar economische model worden de commons tot het economisch domein gerekend. Dat leidt tot andere politieke afwegingen en maakt innovatie mogelijk op basis van open kennis en technologie.’

Moet de overheid die grenzen bewaken?
‘De markt reguleert niet zich zelf. We hebben al de benodigde instituties en instrumenten, maar die gebruiken we nu niet als het over internetgiganten gaat. Als we het daar over ingrijpen hebben, dan zouden we de markt aan het verstoren zijn, of tegen innovatie zijn. Je wordt snel in het kamp geplaatst van obstructie van slimme, jonge, fijne entrepreneurs die de wereld gaan veranderen. Maar het startup-denken wordt beheerst door de kapitaalmarkt. Iedereen wordt het idee gegeven de nieuwe Mark Zuckerberg te worden, en wordt met venture capital onderdeel van het systeem. Alle energie en kracht van jonge ondernemers worden zo uitgemolken. Het is een keiharde competitie, onder het mom van jong, hip en eco met baristakoffie. In Parijs wordt binnenkort een enorme nieuwe incubator geopend, waarin honderden jonge bedrijven moeten gaan werken. Dat is net een legbatterij. Iedereen wordt in hetzelfde verdienmodel gebracht; de enige manier om de van hen verwachte winsten te maken, is om te gaan werken op de datamarkt. De metafoor van Neelie Kroes, ‘data is goud’, heeft totaal de verkeerde toon gezet. Data is geen goud, data is zuurstof. Misschien is het wel een commons die je maar heel beperkt mag uitnutten.’

Hoe gaat de startupwereld zich ontwikkelen?
‘Als we betrouwbare technologie willen, moeten we inzetten op open technologie en coöperatieve businessmodellen. Dan moeten we ons richten op samenwerking in plaats van competitie. Martin Nowak en Roger Highfield leggen in Supercooperators uit dat er naast competitie een andere wet geldt: wie samenwerkt, overleeft. Je kan door competitie wel een positie verwerven, maar het is niet het enige overlevingsmechanisme. Er is een sterke wetmatigheid dat wie het beste samenwerkt, de beste kansen maakt op overleven. En dat is nou net het onderliggende principe van de commons. De beste samenwerker krijgt een goede reputatie, wordt als vertrouweling gezien en krijgt dingen naar zich toegeschoven. Maar ons educatieve systeem is op competitie ingericht, net als onze economische wereld, de gezondheidszorg, etcetera. Dat heeft een enorme impact op ons denken over hoe we waarde genereren. Er zijn maar heel weinig structuren die het coöperatieve ondersteunen. Dat doen we nu dus vooral op eigen kracht. Mensen die met elkaar initiatieven nemen, verantwoordelijkheid nemen voor hun buurt of voor energieproductie. ‘Civil ondernemerschap’ zou je het kunnen noemen.’

Hoe zou het commonsdenken zich moeten ontwikkelen?
‘We moeten naar technologie die op alle niveaus is gebaseerd op de waarden van de commons. Die begint er te komen: er zijn steeds meer diensten die je kan gebruiken. Maar het gaat langzaam zonder kapitaal. Ik word vrolijk van initiatieven als Signal (privacyvriendelijk alternatief voor Whatsapp, red.), Brave (alternatieve browser, red.), DuckDuckGo (alternatieve zoekmachine, red.). Er is vraag naar, en ook het beleid begint er te komen. Bijna dagelijks spreken we met overheden over ethische principes en accountability van software.’

En de arbeidsmarkt?
‘We richten ons nu alleen op het afleveren van goede mensen voor de bestaande arbeidsmarkt. We hebben het alleen over de banen van nu, terwijl we niet weten wat de banen van de toekomst zullen zijn. Een groot deel van de mensen zal hun eigen werk moeten gaan maken in de toekomst. We moeten leren waarde te creëren in nieuwe configuraties. Vormen van bedrijvigheid die we deels gaan terugvinden, deels nieuw ontdekken.’

Wat betekent dit voor ons onderwijssysteem?
‘Dat moeten we niet langer alleen baseren op competitie. Je moet ook niet meer de indeling maken tussen laagopgeleid werk met je handen en hoogopgeleid werk met je hoofd. Hier gaat het helemaal niet meer om. Je hebt vaardigheden nodig, kennis, kritische analyse en maatschappelijke en sociale vaardigheden. Maker education dus: onderwijs waarin je al die vaardigheden aan elkaar gelijkstelt, zodat iemand die heel handig is niet als laagopgeleide wordt gelabeld, en iemand die zogenaamd goed in abstractie is als hoogopgeleid. Commonsdenken betekent dat je mensen op een andere manier waarde laat ontwikkelen, met gelijke kansen voor iedereen. Waar nu het marktdenken nog domineert, moeten we onze blik verbreden. En ook de overheid moet het coöperatieve model herkennen en daarvoor instrumenten ontwikkelen. Dat zal leiden tot een heel andere dynamiek in de samenleving.’


Op 27 juni organiseert de Mr. Hans van Mierlo Stichting een debatavond over deeleconomie. Klik hier voor meer informatie.

Dit artikel komt uit de nieuwste idee ‘Werken aan de toekomst’ die op 1 juli verschijnt. Ook de nieuwste idee ontvangen? Neem dan hier een abonnement.