Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

dinsdag 5 december 2017

Land sparing versus land sharing: op weg naar een welvarende groene planeet

Willen we een welvarende en groene wereld in 2050, dan moeten we inzetten op intensivering van de landbouw, met name in ontwikkelingslanden, om zo ruimte vrij te houden voor de natuur.

Door Hidde Boersma

Over 30 jaar bevolken naar schatting zo’n 10 miljard mensen deze planeet, 2,5 miljard meer dan nu. En als de trends doorzetten dan worden we met zijn allen ook nog eens rijker. Dat betekent dat boeren een stuk meer voedsel moeten gaan produceren de komende dertig jaar. Volgens de FAO, de landbouworganisatie van de VN, moet de jaarlijkse voedselproductie de komende decennia met 70 procent omhoog om iedereen te kunnen voeden. De Economist verwoordde het als volgt: boeren moeten de komende 30 jaar meer voedsel produceren dan al hun voorgangers bij elkaar hebben gedaan vanaf het begin van de landbouw tot nu. Tegelijkertijd willen we de planeet ook nog een beetje leefbaar houden: we willen de Amazone behouden, het Congo-bassin en de regenwouden van Borneo.

Hoe gaan we dat doen? Hoe combineren we een welvarende, goed gevoede planeet, met een groene planeet?

Deze vraag vormt het hart van het debat tussen land sparing en land sharing, oftewel beperken of verweven in goed Nederlands. Het is een tweestrijd tussen voorstanders van intensieve landbouw aan de ene kant en die van extensieve, natuurinclusieve landbouw – zoals biologische landbouw – aan de andere. De eerste pleiten voor hoge opbrengsten per hectare, zodat er zo weinig mogelijk land gebruikt wordt om voedsel te verbouwen. Daardoor komt er meer ruimte vrij voor natuur: er wordt zo land ‘gespaard’ voor wildernis.

Fans van natuurinclusieve boeren stellen dat het mogelijk is om natuur en landbouw te combineren (verweven). Ze nemen lagere opbrengsten per hectare voor lief, om voor meer biodiversiteit op het veld te gaan. Omdat er meer ruimte nodig is om evenveel voedsel te produceren (biologische landbouw brengt gemiddeld 25 procent minder op), blijft er echter minder ruimte over om weg gezet te worden voor wilde natuur.

Land sharing heeft de wind mee. Linkse politieke partijen als Groenlinks en de Partij voor de Dieren zien in natuurinclusieve landbouw de toekomst. D66 is minder uitgesproken, maar streeft wel naar voedselproductie waarbij natuur en milieu in evenwicht zijn. Ook veel NGO’s en milieuorganisaties als Greenpeace kiezen voor verweven. Zij adviseren Afrikaanse boeren om vooral zo weinig gebruik te maken van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en verbeterde zaden (inclusief genetische gemodificeerde), de drieslag die de rest van de wereld voedselzekerheid gaf, maar die ook voor veel milieuproblemen zorgt. Beter, zo stellen zij, zijn agro-ecologische methodes: natuurvriendelijkere technieken die weliswaar relatief lage opbrengsten met zich mee brengen, maar die wel de biodiversiteit op het land behouden.

Maar is dit wel de juiste keuze? De afgelopen tien jaar is er veel onderzoek gedaan naar hoe het beste natuur en landbouw te combineren valt, met de groeiende bevolking en welvaart in het achterhoofd. De overkoepelende conclusie: in bijna alle gevallen blijkt land sparing de beste strategie. Boeren die aan natuurinclusieve landbouw doen, hebben weliswaar zo’n 20 procent meer biodiversiteit op hun velden, maar deze diversiteit weegt niet op tegen het verlies aan biodiversiteit als gevolg van het extra land dat ze nodig hebben. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een uitgebreide studie van zeshonderd vogel- en boomsoorten in het noorden van India en het zuidwesten van Ghana. Vrijwel allemaal hadden ze meer baat bij het beperken van land, vooral in de toekomst bij een groeiende voedselbehoefte.

Een andere studie keek naar 256 vogelsoorten in Oeganda en kwam tot een soortgelijke conclusie: ook hier was land beperken beter in staat om de vogeldiversiteit te bewaren. Een studie uit de Zuid-Amerikaanse Andes, wederom met vogels, bevestigde die conclusie, terwijl in Engeland natuurinclusieve landbouw leidde tot minder vlinderrijkdom dan een combinatie van intensieve landbouw met natuur. Bovendien blijkt dat vooral opportunistische, generalistische soorten profiteerden van ‘verweven’ landbouwmethoden; denk aan de reigers en meeuwen van elk continent. Juist de zeldzamere soorten die bescherming nodig hebben, gedijen beter bij de keuze voor scheiden. Zij hebben specifieke leefgebieden nodig, die landbouwgronden, hoe natuurvriendelijk ook, niet kunnen bieden.

De keuze is het meest uitgesproken in Afrika ten zuiden van de Sahara. Dat gebied is op dit moment het meest voedsel-onzeker, en krijgt ook nog een de grootste bevolkingsgroei te verstouwen. Op dit moment wonen er 1,2 miljard mensen op het Afrikaanse continent, dat worden er 2,5 miljard in 2050 en 4 miljard in 2100. Afrika is bovendien enorm biodivers, wat maakt dat er veel op het spel staat. Veel boeren hebben op dit moment geen toegang tot moderne landbouwtechnieken, waardoor extra grond bewerken de enige mogelijkheid tot meer opbrengst is. Toegang tot bijvoorbeeld kunstmest is daarom cruciaal om meer voedselzekerheid te combineren met meer ruimte voor natuur. Subsidies hierop en verbeterde distributie ervan zouden bovenaan de lijst moeten staan voor zowel internationaal als nationaal beleid. Bijkomend voordeel van intensivering is dat boeren meer inkomsten generen, en zo uit de armoedeval van kleinschalige landbouw kunnen ontsnappen.

Nu is behoud van biodiversiteit niet de enige reden waarom land sparing te prefereren valt boven sharing. Ook het klimaat is gebaat bij een zo’n klein mogelijk areaal voor landbouw, om een groter gebied aan bos mogelijk te maken. Wetenschappers van de Universiteit van Cambridge berekenden vorig jaar dat het Verenigd Koninkrijk zijn CO2-doelstellingen in zijn geheel kan halen als het landbouw concentreert en uitgespaarde grond terug geeft aan de natuur. Dezelfde wetenschappers lieten eerder al zien dat de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw in het verleden aanzienlijk hoger was uitgevallen, als er de afgelopen eeuw niet enorm was geïntensiveerd. De extra kap van bos die dan nodig was geweest, weegt zwaarder dan bijvoorbeeld de productie van kunstmest, ondanks dat dat een enorm, energieslurpend industrieel proces is. De keuze voor land sparing voor het klimaat wordt onderschreven door een recent rapport van The Nature Conservancy, een Amerikaanse natuurbeschermingsorganisatie. Zij berekenden dat wereldwijd behoud en extra aanplant van bossen de meest effectieve manier is om de CO2-uitstoot te verminderen, en dat kan alleen als landbouw zich niet verder uitbreidt.

Het is belangrijk te beseffen dat het behouden van natuur niet vanzelf gaat zodra er gekozen wordt voor intensivering. Sterker nog, een ongestuurde intensivering leidt tot extra verlies aan natuur, door een proces dat Jevon’s paradox heet: een stijgend aanbod door hogere opbrengsten zorgt voor lagere prijzen, waardoor boeren alsnog meer grond nodig hebben om rond te komen. Er moet daarom actief land gespaard worden, bijvoorbeeld door de creatie van natuurgebieden en andere beschermende maatregelen. Het is daarom helemaal niet gek te pleiten voor een op het IPCC (het befaamde klimaatpanel) gestoeld instituut voor landgebruik, waarin internationale afspraken worden gemaakt over welk gebied waarvoor bestemd mag worden, zoals de Berlijnse Felix Creutzig van het Mercator Research Institute on Global Commons and Climate Change(MCC) dit voorjaar deed in het tijdschrift Nature. Als we ons landgebruik niet beter gaan beheren internationaal, dan valt het allemaal ten prooi aan de expansiedrift van de mens, ongeacht welk landbouwsysteem we omarmen.

En hoe zit het met Nederland en Europa? In Nederland is de uitkomst van de discussie tussen beperken en verweven minder uitgesproken, met name doordat er simpelweg weinig natuur meer te redden valt. Daarnaast hechten we in Nederland veel waarde aan cultuurvogels: vogels die juist van landbouwgrond afhankelijk zijn, zoals de grutto en de kemphaan. Toch zou ook de Nederlandse biodiversiteit gebaat zijn bij een hardere keuze tussen natuur en landbouw. Het is slim om intensieve landbouw te blijven bedrijven op de meest vruchtbare gronden, zoals in de Flevopolder, om vervolgens minder opbrengende gebieden om te kunnen zetten naar cultuurgrond: boerenbedrijven zoals die in de jaren 50, met een veel lagere opbrengst per hectare. Die bedrijven zijn er dan primair om vogels te faciliteren, voedselproductie is secundair of voor een nichemarkt. De huidige maatregelen om natuur en landbouw te combineren middels natuurinclusieve landbouw zijn gerommel in de marge, die veel geld kosten, maar de biodiversiteit nauwelijks vooruithelpen.

Op Europees niveau is er nog wel een wereld te winnen wat betreft land sparing. Boeren in bijvoorbeeld Roemenië en Bulgarije halen tot wel vijf keer zo weinig graan van hun land als Nederlandse boeren, en omdat er in Europa weinig noodzaak is tot een hogere voedselproductie, kan een geleide intensiveringsslag veel ruimte vrij maken voor de natuur. Al in de jaren 90 berekende de nu emeritus-hoogleraar Duurzame ontwikkeling en voedselzekerheid Rudy Rabbinge van Wageningen University dat Europa toe kan met een zesde van het totale areaal aan landbouwgrond om net zo veel voedsel te produceren, als het haar productie samenbalt op de meest vruchtbare delen. De rest zou dan omgezet kunnen worden naar natuur of cultuur.

De keuze voor land sparing vergt soms drastische maatregelen, zoals het uitkopen (of met vervroegd pensioen laten gaan) van onderproducerende boeren. Het betekent ook dat NGO’s en milieubewegingen op hun beleidskeuze moeten worden aangesproken. Maar het is wel de beste manier om een welvarende en groene planeet in de toekomst te garanderen.


Hidde Boersma is freelance wetenschapsjournalist en documentairemaker, onder andere voor De Volkskrant, De Correspondent en BNNVARA. Hij is co-auteur van het boek ‘Ecomodernisme – het nieuwe denken over groen en groei,’ over een nieuwe groene beweging die pleit voor het samenballen van menselijke activiteiten om de natuur vrij spel te geven.

Dit artikel is te lezen in idee 4 van 2017. Wilt u ook een abonnement op idee? Klik dan hier.