Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

woensdag 20 december 2017

“Goed sterven betekent ontkomen aan het gevaar van slecht leven.” – Seneca

De Van Mierlo Stichting werkt aan een publicatie over dilemma’s in de medische ethiek, waaronder het levenseinde. In deze recensie van Een goede dood: euthanasie gewikt en gewogen door Ton Vink stelt Bart Stofberg uiteen dat de huidige wet over artsen gaat, niet over een goede dood.

Door Bart Stofberg

Een patiënt heeft vergevorderde dementie. Ze krijgt in de appelmoes een slaapmiddel toegediend, waarna de arts haar leven beëindigt door middel van een injectie. ‘Het was niet helemaal duidelijk of patiënt (…) besef had van hetgeen zou gebeuren.’ Tom daarentegen heeft zelfeuthanasie gepleegd, om te voorkomen dat hij dement werd. Van de vrouw zou je achteraf kunnen verzuchten ‘nou, het is goed dat zij dood is, maar zij stierf geen goede dood’. Van Tom zal de familie niet zeggen ‘het is goed dat hij dood is’, maar ze weten wel dat hij een goede dood stierf. Dit soort voorbeelden zijn exemplarisch voor het boek Een goede dood van Ton Vink.

Ton Vink heeft een prachtig, indrukwekkend, zorgvuldig en soms ontroerend boek geschreven over euthanasie. Euthanasie gewikt en gewogen luidt de ondertitel met recht. Gebaseerd op enorm veel kennis, van de wet, van beleidsdocumenten, van onderzoek en commissies (onder meer de Commissie Schnabel), van andere boeken over dit onderwerp en van allerlei praktijkvoorbeelden (‘casussen’), wikt en weegt hij alle relevante onderwerpen en alle relevante standpunten. Niet vanuit wetgevingsperspectief, maar op basis van morele argumenten. Objectief, maar al redenerend komt Vink wel degelijk tot duidelijke standpunten, en dat is prettig. Hij blijft overal redelijk, geeft ruimte aan emoties zonder er zelf aan toe te geven. Mijn ouders hebben in maart 2017 samen hun leven beëindigd en mijn zussen en ik waren daar intensief bij betrokken. Werkelijk alles wat wij hebben meegemaakt, komt in dit boek aan de orde.

In eerste instantie stelt Ton vragen en zoekt hij de nuance. Als iets niet legaal is, kan het dan nog wel legitiem zijn? En andersom, als iets wel legaal is, is het dan ook legitiem? Wat is het verschil tussen autonomie en zelfbeschikking en wat betekent dat voor de euthanasiediscussie? Waarom stellen wij artseneuthanasie boven zelfeuthanasie? Mag je kwantiteit van leven inruilen voor kwaliteit van leven?

Euthanasie betekent letterlijk een goede dood. Ton Vink stelt zeven redelijke eisen aan zo’n goede dood en voegt er nog twee aan toe bij zelfeuthanasie. Op basis daarvan kijkt hij naar de wet, naar de voorstellen van de commissie Schnabel en naar andere uitingen over euthanasie. Hij laat bijvoorbeeld zien dat er subtiele tekstverschillen zijn tussen de tekst van de Wet Toetsing Levensbeëindiging en Handreikingen voor artsen en publiek en dat die subtiele verschillen een wereld van verschil maken. Hij legt op alle slakken zout en terecht.


7 eisen  aan een goede dood:

  1. De dood is zelfgezocht, na een heldere en zorgvuldige afweging;
  2. De rol van degene die gaat sterven is zo groot mogelijk;
  3. De dood wordt op zorgvuldige wijze bewerkt, zonder toevoeging van pijn en lijden;
  4. Het sterven vindt niet in gedwongen eenzaamheid plaats;
  5. De dood vindt, indien mogelijk, na en in gesprek met naasten plaats;
  6. De dood wordt binnen de mogelijkheden door de betrokkenen als waardig gezien;
  7. De dood wordt door de betrokkene (uiteindelijk) in rust, overgave en vrede aanvaard;

Bij deze goede dood komt in de gestalte van zelfeuthanasie nog:

  1. De dood is zelfbezorgd;
  2. De dood is zelfbeschikt.

Door de subtiele nuances is het boek niet heel erg toegankelijk, het vergt zorgvuldige lezing. Daar staat tegenover dat het volledig, inzichtelijk, doorwrocht en uitermate informatief is. Dementie, psychologie en psychiatrie in combinatie met euthanasie komen uitgebreid aan de orde, evenals het optreden van justitie en politie. Voltooid leven komt aan de orde, maar ook samen (willen) sterven omdat het leven zinloos is geworden.

De rode draad in het boek is verantwoordelijkheid. Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor de euthanasie, de arts of degene die zijn/haar leven wil (laten) te beëindigen?

Het laatste hoofdstuk gaat vooral over de belevenissen die Ton Vink heeft gehad met journalist en presentator Alberto Stegeman en de directie van de stichting Einder, waar hij jaren lang voor heeft gewerkt. Ik begrijp dat het fijn is om dat een keer van je af te schrijven, maar het hoort niet thuis in dit boek. Het detoneert qua onderwerp en qua toon. De nuance is ineens weg.

De mens zou, zo verantwoord mogelijk en rekening houdend met zijn beperkingen, zelf moeten kunnen beschikken, betoogt Ton Vink. De huidige wet gaat over artsen, niet over een goede dood. We zijn meer bezig met het belang van de samenleving dan met het belang van het individu. Als bewindslieden, Kamerleden, beleidsmakers en de betreffende ambtenaren dit boek met aandacht zouden lezen, dan zou dat snel veranderen. Maar het boek is vooral nuttig voor iedereen die op de een of andere manier te maken heeft met euthanasie.


Bart Stofberg is organisatieveranderaar en auteur. Zijn ouders hebben in maart 2017 samen en met hun kinderen erbij op een mooie manier hun leven beëindigd.