Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

vrijdag 5 januari 2018

‘Voltooid leven’ en relationele autonomie: vrij én verbonden

In het debat rond ‘voltooid leven’ wordt autonomie geregeld teruggebracht tot het recht op zelfbeschikking en een daaruit voortvloeiende plicht daaraan tegemoet te komen. In een sociaal-liberaal perspectief krijgt het levenseinde echter net als het leven gestalte in verbondenheid en samenspraak met anderen. Die ‘relationele’ opvatting van autonomie komt terug in het wetsvoorstel ‘Toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek’ van D66-Tweede Kamerlid Pia Dijkstra.

Door Daniël Boomsma

Dit artikel verscheen eerder in Podium voor Bio-ethiek (december 2017), een uitgave van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek (NVBe).

‘Het leven is zo’n feest geweest en ik heb enorm genoten. Maar op een bepaald moment is het klaar en wil je naar huis.’ Zo formuleerde de 93-jarige weduwe Ans Nieuwenbrug-Bron haar stervenswens in de documentaire Ongeneeslijk oud uit 2010. Haar leven had ze steeds naar eigen inzicht kunnen leiden. Zinvol en omringd door mensen. Het wegvallen van die zaken voelde in haar beleving als een ‘groeiproces’ richting het besef dat haar leven een eindpunt had bereikt. Iedere ochtend werd ze met een vermoeid en bedrukt gevoel wakker. In 2008 overleed ze na een zelfgekozen levenseinde.

Daar kon mevrouw Nieuwenbrug-Bron niet bij worden geholpen. Op hulp bij zelfdoding staat nu een gevangenisstraf van maximaal 3 jaar, met de nauw omschreven uitzonderingsgrond euthanasiewet. Voor ouderen die hun leven ‘voltooid’ achten, is de enige legale mogelijkheid op een waardige afsluiting dat wat in het politieke debat vaak de ‘autonome route’ wordt genoemd: het zelfgeregisseerde levenseinde, waarbij iemand met een stervenswens alles zelf regelt en uitvoert, bijvoorbeeld door te stoppen met eten en drinken of door grote hoeveelheden medicijnen in te nemen.

‘Jezelf de wet stellen’

Het is veelzeggend dat naast de ‘medische route’ (het vrijwillig levenseinde met hulp van een arts) en de ‘Heringa route’ (het vrijwillig levenseinde met hulp van een niet-arts of naaste, naar de rechtszaak rond Albert Heringa hierover), juist deze zelfgeregisseerde weg de ‘autonome route’ wordt genoemd. Dat juist die route, en de anderen niet, ‘autonoom’ wordt genoemd, zegt veel over hoe individualistisch we het begrip opvatten: autonomie wordt gezien als het volledig onafhankelijk beschikken over het eigen leven, los van anderen. De ‘pil van Drion’ in optima forma.

Waar komt die opvatting vandaan? In de klassieke oudheid betekende auto-nomía letterlijk ‘zelf-wet’, waarbij het verwees naar de politiek onafhankelijkheid en zelfbestuur van de Griekse stadsstaten. Door toedoen van de achttiende eeuwse Verlichtingsdenkers, voorop de Duitse filosoof Immanuel Kant, onderging het een grondige herdefiniëring. Kant plaatste autonomie in het hart van zijn filosofie en omschreef het als ‘jezelf de wet stellen’ op zo’n wijze dat je zou willen dat iedereen naar die wet zou leven. Autonomie betekende zo het vrij zijn van externe invloeden, driften, en irrationele neigingen; handelen naar de eigen rationele wil. Wie zich zo gedraagt, is werkelijk vrij.

Kant’s gedachte van de rationele wil is tegenwoordig wat op de achtergrond geraakt. Wat blijft er dan over? De zuivere ‘auto-nomos’: kiezen zonder ‘bemoeienis’ van anderen. Die opvatting is stevig geworteld in het denken over het zelfgekozen levenseinde in Nederland. Dat de ‘autonome route’ in het debat rond ‘voltooid leven’ is gaan verwijzen naar ultieme zelfredzaamheid is daar illustratief voor.

Relationele autonomie

Toch doen we er goed aan om het begrip autonomie niet exclusief te gebruiken voor het solistische, zelfgekozen levenseinde. Er zijn voldoende andere interpretaties. Geen ‘verwaterde’ maar volwaardige varianten. Die interpretaties beginnen vaak met het besef dat geen mens een eiland is. Mensen geven invulling aan hun bestaan in relatie tot anderen. Dat geldt voor het hele leven en dus ook voor het einde daarvan. In het sociaal-liberale gedachtengoed heet dat vrijheid in verbondenheid: een autonoom leven krijgt vorm in dialoog en samenspraak met anderen, binnen wat filosoof en psycholoog Kees Kraaijeveld (2017) treffend een “waarneembaar netwerk van betekenisvolle relaties” noemt.

Door de mens niet los van zijn sociale omgeving te zien, kan autonomie als relationeel begrip worden opgevat. Dat uitgangspunt is niet tegengesteld aan de opvatting van Kant. Het individu beslist in laatste instantie zélf over zijn eigen leven. Wel wil het zeggen dat levensinvulling altijd in samenspraak, dialoog en verbondenheid met anderen plaatsvindt. Dat houdt niet op bij het levenseinde. Een stervenswens is immers iets dat in zijn consequentie en sociale betekenis niet alleen het individu aangaat.

In het wetsvoorstel van D66-Tweede Kamerlid Pia Dijkstra komt die relationele opvatting van autonomie terug. Zo is in het wetsvoorstel gekozen voor een levenseindebegeleider, juist omdat een waardig sterven anderen aangaat en een beroep op hen doet. De levenseindebegeleider krijgt een speciale opleiding, waarbij de nadruk ligt op kennis van en het omgaan met existentiële vragen, zoals het ervaren van verlies aan identiteit en onthechting of een gebrek aan zingeving. Hij of zij gaat op z’n minst twee keer in gesprek met mensen die de wens hebben om te sterven, spreekt familie en naasten, en consulteert op z’n minste één andere, onafhankelijke begeleider. De gesprekken dienen om motieven en overwegingen te achterhalen, en om er zeker van te zijn dat er geen misbruik van de wetgeving of druk van de omgeving in het spel zijn, en het niet om een opwelling gaat. Een stervenswens is immers vaak ambivalent en niet altijd een weloverwogen aangelegenheid, zoals Els van Wijngaarden zo treffend beschrijft in haar boek Voltooid leven. Over leven en willen sterven (2016). De taak van de begeleider is daarom óók een beschermende: nagaan of andere hulp nodig en gewenst is.

Dilemma

In haar rapport Voltooid leven. Over hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten (2016) stelt de Commissie ‘Voltooid leven’ dat een relationeel begrip van autonomie twee kanten op kan: het kan zo zijn dat de relatie tussen de persoon met een stervenswens en naasten geheel ten dienste staat aan de eerste. Aan de andere kant kan dat juist niet het geval zijn: er kan sprake zijn van mogelijke beïnvloeding van het individu door de omgeving “in de richting van een oordeel van ‘voltooid leven’”. Ook kan een persoon met een stervenswens zich geroepen voelen rekening te houden met anderen, bijvoorbeeld het mogelijk grote verdriet dat hij of zij anderen aandoet door de stervenswens te realiseren.

Als de sociale omgeving ten alle tijden ondergeschikt is aan de persoon met een stervenswens bij vermeend voltooid leven, dan werpt dit een dilemma op. Hulp bij zelfdoding gaat per definitie over (op z’n minst) twee en vaak meer personen. Het heeft betrekking op het dilemma dat ook geldt voor euthanasie: als ik autonoom ben en de begeleider ook, schept mijn recht op zelfbeschikking dan een plicht tot het bieden van hulp? In een individualistisch perspectief – als tegenovergesteld aan het relationele perspectief – treedt dat dilemma veel minder prominent op de voorgrond. Je kunt dan zeggen: de autonomie van de één houdt op waar dat van een ander begint. Al is het de vraag waar de wederzijdse grenzen liggen.

Vanuit een relationele perspectief, waarin de verbondenheid tussen mensen wordt benadrukt, ligt het anders. Dan is veel minder een vermeende ‘botsing’ tussen autonome individuen aan de orde, maar veeleer de verbondenheid tussen mensen. Filosofe Suzanne van den Eynden, in navolging van onder andere de Amerikaanse filosoof John Christman, biedt wat dat betreft een interessant perspectief. Ze schrijft dat hulp bij voltooid leven niet een juridische verhouding is tussen een recht (op stervenshulp) en een plicht (om die hulp te verlenen), maar een veel minder overzichtelijke, complexe relatie van zorg en respect. Het gaat dan niet om een wettelijk opeisbaar recht waarbij een andere partij dient te ‘leveren’, maar om de verhouding tussen mensen – familie, vrienden en begeleider – die in samenspraak tot een beslissing en uitvoering komen. Daarbij moet worden opgemerkt dat die beslissing best gepaard kan gaan met spanningen en meningsverschillen over wat ‘juist’ is. Dat is menselijk. Geen regel die daar verandering in kan brengen.

Deze interpretatie komt terug in de toelichting bij het wetsvoorstel van Dijkstra. Het voorstel gaat niet uit van het recht op hulp bij zelfdoding, maar doet een beroep op de solidariteit en barmhartigheid van samenleving (familie, vrienden) en overheid (begeleiding, zorg). Wel neemt de overheid de juridische barrière voor een levenseinde bij voltooid leven weg waardoor de mogelijkheid op een waardig levenseinde niet langer geblokkeerd is.

Vrij én verbonden

Er zijn verdergaande interpretaties van autonomie als het gaat om hulp bij zelfdoding bij ‘voltooid leven’. Die gaan uit van een zuiver individualistische benadering: geen begeleiding, geen gesprekken. En ook geen leeftijdsgrens. Auto-nomos in de meest letterlijke zin van het woord. In mijn ogen is bij het wetsvoorstel terecht gezocht naar een balans. Zelfbeschikking, maar óók bescherming, zorgvuldigheid, én oog voor de sociale omgeving middels een vorm van begeleiding.

Zo bekeken blijft de basis van het wetsvoorstel van Dijkstra de zelfbeschikking van het individu, maar is die ingebed in de sociale omgeving en een besef van lotsverbondenheid met anderen.

Literatuur

Schnabel, P. , c.s. (2016), Voltooid leven. Over hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten, Amersfoort: Wilco

Memorie van Toelichting bij het Voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra houdende toetsing van levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek’, 18 december 2016 https://d66.nl/content/uploads/sites/2/2016/12/Memorie-van-toelichting-Wet-toetsing-levenseindebegeleiding-van-ouderen-op-verzoek.pdf

Van Wijngaarden, Els (2016), Voltooid leven. Over leven en willen sterven, Zutphen: Atlas-Contact

Kraaijeveld, K., (2017) ‘Voltooid leven? Laat familie en vrienden meebeslissen over de dood’, Relevant, 43 (2), pp. 10-11

Van den Eynden, S (2017), Voltooid leven en autonomie: een kwestie van verbondenheid? (masterscriptie Universiteit Utrecht)

Daniël Boomsma is wetenschappelijk medewerker bij de Mr. Hans van Mierlo Stichting