Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

donderdag 1 februari 2018

Nieuwe ‘vrienden’ van de democratie plegen roofbouw op het bestel

Een gelegenheidsverbond van uiterst linkse en uiterst rechtse partijen en opiniemakers is plots de zelfverklaarde voorvechter van democratische vernieuwing. Maar het houdt er schrale opvatting van democratie op na en claimt de volkswil in beheer te hebben. Toch mag dit geen reden zijn te berusten in het stelsel dat we sinds 1848 en 1917 hebben geërfd.

Door Coen Brummer.

Dit artikel verscheen op 1 februari 2018 in Het Financieele Dagblad.

Het is tekenend dat de ‘nieuwe vrienden’ van de democratie zich vooral roeren rond referenda. Zo betichtte Geert Wilders premier Rutte van een ‘ambtsmisdrijf’ toen hij na het Oekraïne-referendum niet halsoverkop een intrekkingswet indiende. FvD-voorman Thierry Baudet vond dat de democratie ‘niet functioneerde’ toen een parlementaire meerderheid ontbrak voor het bindend referendum. En SP’er Ronald van Raak sprak van ‘een ongelofelijke middelvinger’ naar de kiezer, omdat het kabinet overwoog de intrekking van het correctief referendum niet referendabel te maken.

Hun verontwaardiging galmt door in de ‘opiniejournalistiek’. Voor GeenStijl-verslaggever Tom Staal was het natuurlijk een feest om Kamerleden te vragen waar de D van D66 voor stond. En vond historicus Geerten Waling zelfs dat het kabinet wel ‘antidemocratisch’ leek.

De ‘nieuwe vrienden’ delen één overtuiging. ‘Democratisch’ is een schervengericht per thema in ‘splendid isolation’. ‘Antidemocratisch’ is iedereen die durft te betwijfelen of dit (altijd) de beste manier is om een land te besturen.

Met hun verbale geweld drukken zij degenen met meer gelaagde opvattingen in het defensief. Dit terwijl ze zelf geen antwoord hebben op wezenlijke vragen over de verhouding tussen directe en representatieve democratie en ze niets doen om onze democratie te verbeteren.

Sterker nog, het stel gaat zelfs zover dat ze instrumenten die in ons bestel toebehoren aan de kiezer proberen in te zetten als politiek middel voor hun eigen agenda. Denk aan de actie van Henk Krol (50plus) die een correctief referendum wil om het afschaffen van de wet-Hillen tegen te houden, omdat het hem in de Tweede Kamer niet was gelukt de afschaffing te stoppen. Dit terwijl het correctief referendum bedoeld was als noodrem voor de kiezer tegen besluiten van de politiek.

De situatie is niet zonder risico’s. Freedom House, een onafhankelijke waakhond, ziet vrijheid en democratie wereldwijd al twaalf jaar op rij afnemen. Wat betreft de democratische staten is dit vooral te wijten aan de opmars van populistische krachten.

Kenmerkend is dat zij democratie reduceren tot meerderheidsbesluitvorming. Ze schetsen een land met een eensgezind volk tegenover een vermeende elite, waarin meerderheden kunnen dicteren hoe de wereld zich ontwikkelt. En waar ‘iets willen’ niet het beginpunt is van een politiek proces, maar het slot.

Democratieën die het goed doen hebben juist ‘checks and balances’ tegen de simplistische gedachte dat een meerderheid alles moet kunnen beslissen. Voor democratie is namelijk meer nodig dan een stemlokaal. Het is een stelsel van verkiezingen, rechten en plichten dat burgers ten minste in staat stelt invloed uit te oefenen op de vraag wie de macht krijgt (machtsvorming), deze macht te controleren (tegenmacht) en deel te nemen aan debat via meningsuiting en organisatievrijheid (burgerschap).

Deze elementen zijn niet los verkrijgbaar. In de woorden van rechtsfilosoof Jan Glastra van Loon: ‘Een democratie verleent haar burgers niet belangeloos, niet alleen maar uit idealisme, grondrechten […] zij gaat ter ziele wanneer daarvan geen effectief gebruik worde gemaakt.’ Wie de illusie cultiveert dat democratie niets meer is dan stemmen, pleegt roofbouw op ons bestel.

Onze democratie staat voor grote uitdagingen. Historisch gezien is onze democratie niet gebouwd op zeggenschap van kiezers naast de periodieke verkiezingen, terwijl die behoefte groeit. Experimenten om kiezers tussentijds invloed te geven (zoals het correctief raadgevend referendum) zorgen voor teleurstelling, vooral door ondoordachte wetgeving.

Meer directe democratie vraagt ook om een sterkere representatieve democratie, om uitslagen te wegen. Dit is nu lastig, omdat de band tussen kiezers en gekozenen gebrekkig is, vooral door ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Tel daar bij op dat de democratische controle op lokaal niveau gering is en dat kiezers steeds vaker zelf doelwit zijn van beïnvloeding door ‘big data’ en ‘micro targeting’.

Wat te doen? De les van dit alles moet níet zijn om, geërgerd door het simplisme van de nieuwe vrienden van de democratie, te berusten in ons stelsel uit 1848 en 1917. De situatie zou aanleiding moeten zijn om onze democratie te versterken, op een manier die recht doet aan de complexe politiek en samenleving.

We moeten het debat niet laten domineren door democraten die niet geïnteresseerd zijn in het welvaren van onze democratie. Daarom is stap één het terugnemen van het initiatief. En dat begint met het uitdragen van een volwassen democratiebegrip dat verder gaat dan de helft plus een.

Coen Brummer is directeur van de Mr. Hans van Mierlo Stichting, het wetenschappelijk bureau van D66.