Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

dinsdag 10 april 2018

Knuppel in het hoenderhok

Dit artikel is te lezen in idee 1 van 2018. Wilt u ook een abonnement op idee? Klik dan hier.

Als idealen geen dogma’s moeten worden en standpunten niet in steen gehouwen, is kritische reflectie onontbeerlijk. Een goed gemikte knuppel in het hoenderhok kan hierbij behulpzaam zijn, zeker als die de randen van de discussie opzoekt. Wat vindt u van deze kwestie?

10 jaar na Bear Stearns en niets geleerd

Door Mark Sanders

Het is op de dag van schrijven op de kop af 10 jaar geleden dat het faillissement van Bear Stearns in de VS de opmaat vormde naar de grootste wereldwijde economische crisis sinds de jaren 30. Tien jaar later haalt iedereen weer opgelucht adem. Dat gaat zelfs zover dat Jeroen van der Veer als president-commissaris van ING weer als vanouds voorstelde om de beloning van de CEO met dubbele cijfers te verhogen. Dat voorstel is ingetrokken vanwege publieke ophef die ze allemaal zeer betreuren. Maar is de crisis wel over? De schuldvraag is 10 jaar na dato niet meer relevant. Politici zitten inmiddels in de RvC bij banken, bankiers zitten in het Kabinet en de draaideur tussen toezichthouders en de onder toezicht gestelden draait weer volop. Wat wel relevant is, is de vraag of het systeem nu wel bestand is tegen een nieuwe schok. En of ‘de politiek’ wel genoeg gedaan heeft om dat zeker te stellen. D66 kon tussen 2008 en 2018 grotendeels alleen maar toekijken vanaf de zijlijn. Het redden en crisis bestendig maken van de sector moest, in wisselende samenstellingen, worden overgelaten aan de collega’s van CDA, PvdA en VVD. Nu we eindelijk wel aan het roer mogen staan, is het belangrijk dat we evalueren of wat betreft D66 de lessen van de crisis zijn geleerd en afdoende zijn geïmplementeerd. Ik denk, kort gezegd, van niet. Er is werk aan de winkel voor Wopke. Ook namens ons. Want de volgende crisis is alweer in de maak.

Allereerst is het natuurlijk schokkend dat premier Rutte 10 jaar na dato gewoon volmondig erkent dat ING nog steeds publieke garanties geniet. Tenminste, dat was zijn argument waarom Hamers geen 50% loonstijging zou mogen krijgen. Maar dat is natuurlijk de wereld op zijn kop. Hamers krijgt geen 3 miljoen omdat de Nederlandse belastingbetaler zijn balans van 846 miljard euro nog steeds verzekerd. Niemand die vraagt waarom de belastingbetaler in godsnaam de risico’s die Hamers namens zijn aandeelhouders neemt nog moet afdekken. Het antwoord op die vraag is simpel. ING is onmisbaar in ons betalingsverkeer. We hebben met elkaar 540 miljard euro van ING N.V. tegoed. En met die schuld van ING betalen we elkaar. Als ING die schuld aflost of erger nog, failliet zou gaan, is dat geld in een klap weg. En zeker, het risico daarop is klein. Maar wat is nou eigenlijk de maatschappelijke meerwaarde van het laten bestaan van dat risico? Als we die 540 miljard nu eens opnemen bij ING en storten op ons burgerservicenummer bij de belastingdienst. Als die de slimme jongens en meisjes en technologie van ING overkopen (want die ING-app is natuurlijk wel briljant), kunnen we elkaar nog lang en gelukkig betalen zonder dat we wakker hoeven liggen van een eventuele strop bij ING.

Dat heeft ook grote voordelen voor Hamers. Hij mag om te beginnen gewoon 3 miljoen vragen. En 5 ook. Ze doen maar. En als het mis gaat: toedeledokie. V&D ging ook failliet. Van een systeemrelevant warenhuis heeft niemand ooit gehoord. Waar ik naartoe wil is dat we niet moeten accepteren dat een private, winstgedreven onderneming in een positie is of blijft waar ze het “rood ik win, zwart jullie verliezen”- spel kan spelen. Strenger reguleren en beter toezicht zijn lapmiddelen. Dat moet, maar alleen zolang het fundamentele probleem niet is opgelost. Het laten bestaan van systeem relevante banken is net zoiets als een kleuter laten spelen met een doorgeladen pistool. Natuurlijk kun je er niets aan doen dat die kleuter de trekker overhaalt en zijn broertje overhoop knalt. Maar waarom zou je het risico nemen?

De banken zelf zullen u vertellen dat dat is omdat ze nu eenmaal beter zijn dan de Staat in het verzorgen van het betalingsverkeer. Als dat al zo is, is dat echter nog steeds geen reden om ons geld als vreemd vermogen op hun balans te laten staan. Laat de banken de betaaldiensten verzorgen. Tegen een kostendekkende vergoeding. Als ze het beter doen ben ik de eerste die overstapt. Maar ik wil niet blijven omdat ik geen keus heb.

De banken zullen u ook vertellen dat ze uw deposito’s moeten mogen aannemen omdat ze anders geen (goedkoop) krediet kunnen verlenen. Maar dat is kul. Want of je nu eerst 4%, 40% of 100% moet inlenen voor je een krediet geeft, je kunt altijd tegen de juiste rente de juiste hoeveelheid krediet verlenen. Zeker als de centrale bank dat gewoon op vraag creëert. Als je eerst elke euro moet inlenen, zal het wel duurder worden omdat je je crediteuren moet belonen voor het risico dat je ze opdringt. Maar dat risico verdwijnt niet als je het door schuift naar depositohouders die nergens naar kijken omdat ze hun rekeningtegoed niet als een claim op de bank zien. Alleen de overgang is even lastig, maar daar hebben slimme mensen slimme oplossingen voor bedacht. En die duwen ze het parlement via een burgerinitiatief onder de neus. Kijk er eens goed naar, zou ik zeggen.

Tenslotte gaan banken u wijs proberen te maken dat de overheid er een zooitje van zal maken. Hyperinflatie en totale chaos liggen in het verschiet. En inderdaad, dat zou kunnen. Maar ze doet dat dan tenminste democratisch gelegitimeerd en gecontroleerd. En voor een fractie van het salaris dat ze er bij ING voor vragen. Over ING hebben we met z’n allen, dat bleek wel weer, helemaal niets te zeggen. ING onttrekt zich niet alleen aan democratische controle, maar ook aan markttucht. Dat is voor niemand gezond.

De crisis was wat mij betreft een klassiek voorbeeld van een falende ordening. En het herstellen van die ordeningsproblemen is de kerntaak van de politiek. Ik heb met Arjen van Witteloostuijn, Corina Hendriks en Dennis Hesseling sinds 2009 voor D66 hier heel wat denkwerk over verzet. En D66 had voor een goede ordening altijd al een scherp oog. D66 minister Brinkhorst hanteerde in de grote privatiseringsoperaties van de jaren ‘90 al het adagium dat publieke infrastructuren publiek moeten blijven, terwijl aanbieders in een open markt moeten kunnen concurreren. Als NS failliet gaat of een concessie verliest, liggen de rails er gewoon voor de concurrent. Dat is goed voor de burger én voor de NS. Nota bene ING-commissaris Hans Wijers was dat met hem eens.

Waarom geldt dat dan niet ook voor ons financiële systeem? Waarom laten we toe dat banken niet alleen betaaldiensten aanbieden en leningen verstrekken, maar ook dat de waarde van ons geld direct afhangt van hun balanspositie en overleven? Pas als we onze too-big-to-fail banken het kruis van die publieke dienstverlening afnemen en een betaal- en spaarsysteem op basis van volledig gegarandeerde claims op een publieke sector inrichten, kan er in de kapitaalallocatie en betaaldiensten een concurrentie op een ‘level-playing-field’ ontstaan. Dat is hard nodig om ruimte te maken voor de vele Fintech-bedrijven, peer2peer platforms en ICT-bedrijven die zich aan de poort verdringen. Als Ralph en ING die concurrentie overleven, mag hij van mij meteen een loonsverhoging.

Mark Sanders is econoom, universitair hoofddocent aan Universiteit Utrecht en lid van het Sustainable Finance Lab.

Dit artikel is te lezen in idee 1 van 2018. Wilt u ook een abonnement op idee? Klik dan hier.