Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

dinsdag 10 april 2018

Waarschuwingen van een radicaal-democraat

Dit artikel is te lezen in idee 1 van 2018. Wilt u ook een abonnement op idee? Klik dan hier.

Ik heb Hans van Mierlo nooit ontmoet. Toch heb ik het idee dat ik hem een beetje ken, zoals dat vaak gaat met bekende personen: die zijn een beetje ‘van iedereen’. Zo ook Van Mierlo. Deze maand is het acht jaar geleden dat hij overleed. Een uitnodiging om wat dieper te graven en de vraag te stellen: wat zou Van Mierlo ons nu te zeggen hebben?

Van Mierlo’s stelling was dat de democratieën in Europa aan het eind van hun Latijn zijn gekomen. Lange tijd lag de macht bij de absolute vorsten. Die kregen hun legitimatie van God. In de negentiende eeuw ‘daalde de macht af’, aldus Van Mierlo. Zo gebeurde het in heel Europa. Thorbecke bracht hem met zijn Grondwet naar het Nederlandse volk. Maar in dat parlementaire stelsel raakte de macht vervolgens zoek. Ze trok zich terug in politieke partijen, de ambtenarij, het maatschappelijke middenveld en Europese instellingen. Macht werd, kortom, iets van beroepspolitici en deskundigen.

Van Mierlo zag de democratie in zijn tijd verworden tot een systeem zonder precedent in de geschiedenis: een ‘volgelopen ruimte’, met aan de ene kant machthebbers met politiek als dagelijkse bezigheid, en aan andere kant burgers op grote afstand daarvan. Politiek als binnenwereld dus. Die binnenwereld kun je in theorie betreden. Dan wordt je actief lid van een partij, waarvan het ledental overal in Europa daalt. Of je wordt ambtenaar of bestuurder. Maar in de praktijk keren de burgers zich als buitenstaanders langzaam af van dat systeem.

Die analyse klinkt anno 2018 opvallend eigentijds. Ze gaat op voor vrijwel alle Westerse democratieën, maar zeker voor Nederland waar de democratie van oudsher zo is ingericht dat burgers nauwelijks in staat zijn door te dringen tot de binnenwereld van de macht. Exemplarisch is dat het bestuur in Nederland uit zo’n 30.000 vooral hogeropgeleiden wordt geworven – zo blijkt uit onderzoek van Vrij Nederland. Dat heeft kwalijke gevolgen voor de politieke cultuur. Waar macht is voorbehouden aan een kleine groep, is de democratische legitimiteit van besluitvorming het eerste slachtoffer. Bovendien vergroot dit systeem een tweedeling in opleidingsniveau. Hogeropgeleiden vinden hun weg naar de politiek, terwijl lager- en middelbaaropgeleiden achterblijven. Zij geven hun stem aan partijen die zich afzetten tegen de bestaande macht. Het ‘verschijnsel Pim Fortuyn’ aldus Van Mierlo.

Die ontwikkeling neemt toe als de democratie niet verandert en machthebbers de ‘ophaalbrug’ niet te laten zakken. Dan ontstaat er ruimte voor zelfverklaarde woordvoerders van de ‘buitenwereld’, zoals Wilders en Baudet, die slechts dwepen met vernieuwing ten behoeve van hun eigen nationalistische agenda.

Uit de analyse van Van Mierlo volgt de noodzaak voor vernieuwing van de democratie. Een meer directe democratie met persoonlijker banden tussen burgers en machthebbers. Want een democratie die zichzelf niet vernieuwt, brengt vroeg of laat zichzelf om zeep. Die waarschuwing van een radicaal-democraat klinkt actueler dan ooit.

Door Daniël Boomsma

Dit artikel is te lezen in idee 1 van 2018. Wilt u ook een abonnement op idee? Klik dan hier.