Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

vrijdag 13 april 2018

De stem van jongeren

Door Willemijn Rinnooy Kan

Dit is een gastpublicatie in het kader van het thema burgerschap, waar de Van Mierlo Stichting een publicatie over maakt. Volgende week volgt een reactie vanuit een sociaal-liberaal perspectief.

In het politieke debat wordt, zeker op rechterzijde, burgerschap vooral ingezet als een manier om een grens te trekken tussen diegenen die er wel en die er niet bij horen in Nederland. Er wordt een tekort aan burgerschap gesignaleerd bij individuen en het onderwijs zou dat probleem moeten helpen aanpakken. Maar wat nu als we het omdraaien en niet bij individuen beginnen, maar bij ons imperfecte democratisch systeem? Als we nu eens beginnen met discriminatie, ongelijkheid en armoede en ons beseffen dat juist de jongeren die zo gemakkelijk een tekort aan burgerschap toegedicht krijgen te maken hebben met deze realiteiten?

Burgerschapsvorming, onderwijs voor maatschappelijke en politieke participatie van jongeren, staat al enige tijd hoog op de politieke agenda, met als argument: het brede gebrek aan maatschappelijke participatie, politiek vertrouwen en sociale cohesie. Het afgelopen jaar bleek dat, ondanks de aandacht die er voor ‘burgerschap’ in het onderwijs is, Nederland er op dit gebied niet goed voor staat: jongeren weten relatief (in vergelijking met ons omringende landen) weinig over democratie, jongeren zijn ook relatief negatief over gelijke rechten voor vrouwen en minderheden en docenten voelen zich niet bekwaam om leerlingen burgerschapsonderwijs te geven. Daar zijn allerlei oorzaken voor te bedenken, bijvoorbeeld te weinig structureel aandacht voor burgerschapsvorming op school of te weinig reflectie en visie op waar burgerschap op school eigenlijk over zou moeten gaan. Op dit laatste punt wil ik hier wat hier dieper ingaan. Waar hebben we het nu eigenlijk over als we het over burgerschap van jongeren hebben?

In het politieke debat wordt, zeker op rechterzijde, burgerschap vooral ingezet als een manier om een grens te trekken tussen diegenen die er wel en die er niet bij horen in Nederland. De warme associaties die burgerschap als concept oproept verhouden zich hier maar moeizaam toe; burgerschap geldt in deze context vooral als een manier om aanpassen of assimileren te stimuleren. Er wordt een tekort aan burgerschap gesignaleerd bij individuen en het onderwijs zou dat probleem moeten helpen aanpakken.

Maar wat nu als we het omdraaien en niet bij individuen beginnen, maar bij ons imperfecte democratische systeem? Als we nu eens beginnen met discriminatie, ongelijkheid en armoede en ons beseffen dat juist de jongeren die zo gemakkelijk een tekort aan burgerschap toegedicht krijgen te maken hebben met deze realiteiten? Dan zou de vraag aan jongeren om zich aan te passen aan het systeem dat dit mogelijk maakt ineens een stuk minder vanzelfsprekend klinken. Van jonge mensen wordt in het kader van burgerschapsonderwijs nog steeds nadrukkelijk verwacht dat ze dat doen, maar wat als we nu eens naar manieren zoeken om de misschien wel van de status quo afwijkende mening van jongeren te horen. Om niet te beginnen met wat jongeren zouden moeten doen, maar om te beginnen met hoe zij dat het liefst zouden willen: samenleven.

Het is opvallend om te zien dat in Amerika op dit moment jongeren in reactie op hun huidige president worden aangemoedigd om zich te verzetten en dat ze dat ook doen, opvallend dat daar in reactie op de onredelijkheid van de macht van onderop georganiseerde weerstand ontstaat. Is dat niet participatie door jongeren zoals we het graag zouden zien? Tegen al die vreselijke wapens in de VS in verzet komen, daar zijn we het vanzelfsprekend collectief mee eens. Van een afstand oordelen we gemakkelijk over andere democratische regimes en gekozen leiders. Maar we moeten niet schijnheilig zijn, ook onze politici zijn feilbaar en ook onze instituties zijn imperfect, of het nu over Zwarte Piet, belastingvoordelen voor multinationals, of beperkte milieumaatregelen gaat. Het zijn onderwerpen die invloed hebben voorbij het moment waarin we nu leven, onderwerpen die jongeren aangaan en waar ze over mee moeten kunnen praten. Niet aanpassen, maar weerbaar maken, zou het devies van de burgerschapsvorming moeten zijn. Niet zomaar binnen de lijntjes kleuren, maar ons helpen de toekomst te bevragen.

Wat jongeren daarvoor nodig hebben: natuurlijk kennis. Maar wel kennis die recht doet aan de realiteit: geschiedenisboeken zonder opgepoetste Hollands glorie, met slaven en verloren oorlogen. En ook kennis over de democratie: in al zijn schoonheid en al zijn tekortkomingen, met reflecties op de onevenredige verdeling van macht. Met die kennis moeten ze vervolgens in staat worden gesteld om het bevragen te oefenen. Uit al het onderzoek naar succesvolle omstandigheden voor de ontwikkeling van burgerschap op school blijkt steeds een ‘open klasklimaat’ een cruciale factor. Maak dan ook docenten weerbaar om gesprekken over moeilijke en gevoelige onderwerpen te begeleiden, laat alle leerlingen zich veilig voelen die gesprekken te voeren. Ook diegenen die niet met hun ouders al op jonge leeftijd in de rij voor de Nachtwacht stonden. Laat zien dat hun mening er toe doet, en leer hen die zo goed mogelijk onderbouwd te formuleren.

Uiteindelijk is voor de toekomst van de democratie de stem die er in de peilingen het minst toe doet misschien wel het belangrijkst: de stem van jongeren. Wij moeten durven van jongeren te leren. Laten we dan ook in het kader van burgerschapsvorming op school vooral het ontwikkelen van hun stem ondersteunen, in alle openheid over de wereld waarin zij groot worden. Maar laat jongeren die stem op hun eigen manier gebruiken. Zij zijn waarschijnlijk toekomstbestendiger dan wij.

Willemijn Rinnooy Kan is promovenda bij de afdeling Onderwijswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar scholen als oefenplaatsen voor samenleven. Ze schreef dit artikel op persoonlijke titel en is niet verbonden aan een politieke partij.