Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

woensdag 9 mei 2018

Europa heeft een unique selling point: de ethische kijk op kunstmatige intelligentie

Door Coen Brummer

Eind maart hield de Franse president een toespraak met als thema ‘L’intelligence artificielle au service de l’humain’, natuurlijk inclusief hashtag (#AIforHumanity) én een slim gepland interview met het Amerikaanse technologietijdschrift Wired.

De boodschap van Macron was tweeledig. In de eerste plaats benadrukte hij het belang van een nationale en Europese strategie voor AI. Economische groei zal samenhangen met het benutten van kunstmatige intelligentie, zo redeneert Macron. Frankrijk moet daarom niet vanuit de achterhoede kijken naar China en de Verenigde Staten, maar voorsorteren om mee te doen. Macron wil daarom de knapste koppen naar Franse onderzoekscentra halen en Frankrijk aantrekkelijk maken als vestigingsplaats voor tech-bedrijven.

Interessanter was zijn tweede punt. De technologische revolutie van AI is voor Macron in essentie een politieke revolutie. De maatschappelijke ontwrichting die AI kan veroorzaken is groot. In de economie, omdat er compleet nieuwe businessmodellen ontstaan en de aard van werk sterk verandert. Maar ook in onze democratie, omdat de werking van (zelflerende) algoritmes steeds vaker politieke en maatschappelijke gevolgen heeft. Macron noemde als voorbeeld algoritmes die bepalen of iemand wordt toegelaten tot de universiteit. En als technische systemen zoveel invloed hebben, moeten de rekenmodellen en gebruikte data transparant zijn en democratisch controleerbaar.

Ethiek als uitzondering

Wat is de taak van de overheid? In de Verenigde Staten, analyseerde Macron, was de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie overgelaten aan de tech-reuzen in het private domein. In China heeft de overheid wél een grote rol. Daar wordt AI ingezet om individuele burgers zoveel mogelijk te controleren. Denk aan het ‘sociale kredietsysteem’ waar China nu al mee experimenteert, zoals Foreign Policy vorige maand beschreef.

In dit speelveld heeft Europa een unique selling point: een ethische kijk op AI. Europa zou vanaf nu een leidende rol moeten spelen in de ontwikkeling en toepassing van kunstmatige intelligentie. Door haar in goede banen te leiden. Door actieve bemoeienis met technologische ontwikkeling. En door te discussiëren over ethische en filosofische grenzen. Macron, tegen Wired: ‘In Europa kreeg het DNA van de democratie haar vorm en Europa moet nu grip krijgen op wat een grote uitdaging voor democratieën kan worden.’

Risico’s

Hoe ver Macron gaat komen met zijn plannen moet de toekomst uitwijzen. Maar binnen twee weken werd het belang ervan nog eens onderstreept door een nieuw paper van Rand, een van origine aan de Amerikaanse luchtmacht verbonden denktank die inmiddels is uitgegroeid tot breed onderzoekscentrum. Uit dit onderzoek bleek dat AI in onbeteugelde vorm zelfs de kans op een nucleaire oorlog dichterbij kan brengen. Hun voornaamste zorg: de al langer bestaande angst dat systemen zonder tussenkomst van de mens ‘per ongeluk’ wapens afvuren, is met de explosieve toename in AI-toepassingen opeens een stukje realistischer geworden.

Wie geconfronteerd wordt met dit soort berichten – of het nu gaat over de ontwrichting van de arbeidsmarkt of doemscenario’s over nucleaire oorlogen – heeft al snel de neiging innovaties te willen afremmen. Maar de geschiedenis leert dat dit weinig realistisch is. Daarom is de analyse van Macron welkom. Door innovaties af te remmen plaats je jezelf aan de zijlijn en uiteindelijk in de achterste linie. Beter is het om vernieuwing te omarmen en vanaf het begin betrokken te zijn bij het debat over de ethische kaders. Europa hoeft niet af te wachten op de brave new world die buiten de grenzen van het continent tot stand komt, maar kan een rol spelen in het ordenen ervan.

Revoluties kanaliseren

En eigenlijk is die insteek ook niet zo nieuw. Macron toont ermee de essentie van het sociaal-liberalisme, de stroming die hij heeft teruggebracht in het hart van de Europese politiek. De stroming die de individuele vrijheid en capaciteiten van mensen vooropstelt, maar inziet dat de overheid een rol heeft om die vrijheid en ontwikkeling van capaciteiten tot hun recht te laten komen. In die zin is de essentie van het liberalisme geen lofzang op ongecontroleerde vrijheid, zoals de conservatieven van de VVD voorstaan.

De geschiedenis van het liberalisme is doordrenkt met dit begrip. Een van de gevolgen daarvan is dat liberalen van oudsher revoluties kanaliseren in plaats van ze simpelweg aan te wakkeren of tegen te werken. Denk aan de politieke revoluties van de negentiende eeuw, die liberalen met wetgeving in goede banen wilden leiden. Ook in Nederland zijn er volop voorbeelden uit de brede liberale traditie. Denk aan Thorbecke’s Grondwet van 1848. Of wetgeving om de ongewenste gevolgen van de industriële revolutie te beperken, zoals de Kinderwet (Samuel van Houten, 1974) en de Ongevallenwet (Cornelis Lely, 1901). Of maatregelen om de ergste misstanden uit te bannen die werden veroorzaakt door sterke urbanisatie rond de eeuwwisseling, zoals de Gezondheidswet (Hendrik Goeman Borgesius, 1901).

Het lijkt erop dat de tijd is aangebroken om nieuwe revoluties te kanaliseren. Het is precies deze filosofie die Macron toepast op de toekomst van AI. Nieuwe technologie dwarsbomen is geen optie. Maar voorkomen moet worden dat ze tot stand komt in een moreel vacuüm. Met alle risico’s van dien voor de toekomst van de democratie, economie en werk. Dat gold voor de stoommachine en dat geldt voor de zelfrijdende auto. De taak die Macron zichzelf, Frankrijk en Europa stelt, is daarom urgent. We moeten van een plek in de achterhoede naar actief beleid. Een wijze les uit Frankrijk.

Deze column verscheen eerder in Trouw.