Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

dinsdag 3 juli 2018

Het democratisch argument voor gelijkheid

Onderstaande column is gepubliceerd op 2 juli 2018 op de website van Trouw.

Vorige week won Alexandria Ocasio-Cortez, een achtentwintigjarige dame uit de Bronx, de voorverkiezingen bij de Democraten in New York. Ze versloeg Joe Crowley, een gevestigde naam met negentien jaar ervaring in het Huis van Afgevaardigden. Het was een harde politieke afrekening met de vanzelfsprekendheid van de macht, in gang gezet door een campagnespot waarin Ocasio-Cortez vertelt over het steeds zwaardere leven in New York voor wie niet rijk, succesvol en van goede komaf is. ‘After twenty years of the same representation, we have to ask: Who has New York been changing for?’

Een mooie punchline, die niet alleen een zwaargewicht uit de Democratische partij naar huis stuurde, maar ook een analyse in zich draagt over iets groters. De laatste jaren is een stroom aan publicaties op gang gekomen over het onvermogen van de westerse liberale democratie om mensen te doen geloven dat bestaanszekerheid en vooruitgang er in de toekomst ook voor hen zullen zijn. Door globalisering, deregulering en privatisering lijken belangrijke zaken als werk, zorg en de sociale omgeving van mensen steeds sneller te veranderen. In menig Westers land heeft een stevig deel van de bevolking – terecht of niet terecht – het gevoel dat deze snelle veranderingen niet in hun voordeel zijn. Who has New York been changing for?

In het geval van Ocasio-Cortez resulteerde dit in een talentvolle buitenstaander die de zittende macht naar huis wist te campaignen. Dat is eerder inspirerend dan zorgelijk.

Het kan ook minder goed uitpakken. Diverse auteurs wijzen op de schaduwzijde van de crisis van de liberale democratie. In The People vs. Democracy. Why our freedom is in danger & how to save it beschrijft politicoloog Yascha Mounk hoe de hele notie van een liberale democratie onder druk kan komen te staan. Conceptueel is het namelijk al een vreemde constructie, zo’n liberale democratie. Ze bestaat uit democratische elementen, die niet per se liberaal zijn (verkiezingen, bijvoorbeeld) en liberale elementen, die niet per se democratisch zijn (instituties bijvoorbeeld, die individuele rechten beschermen tegen de willekeur van een meerderheid).

Wat de boel bij elkaar houdt is het vertrouwen van mensen dat zij onder de streep het beste af zijn in dit systeem. In de woorden van Mounk: wie twee keer zo welvarend is als zijn vader en gelooft dat zijn kinderen het ook weer beter krijgen, geeft een systeem al snel het voordeel van de twijfel. Als dit vertrouwen erodeert, ontstaat ruimte voor politici die electoraal voordeel halen uit het plegen van roofbouw op het systeem van de liberale democratie. Zie Orbán, Trump, Farage en Wilders.

In de geschiedenis gaan perioden van hoge economische groei vaak gepaard met toenemende ongelijkheid. Met als grote uitzondering de decennia na de Tweede Wereldoorlog, niet toevallig de tijd waarin de liberale democratie en de sociale rechtsstaat met elkaar vervlochten raakten. Mounk citeert econoom Thomas Piketty, die becijferde dat in het interbellum de rijkste één procent tussen de vijftien en vijfentwintig procent van het inkomen ontving in de Westerse wereld. Na de oorlog liep dit gaandeweg terug tot gemiddeld tien procent. De levensstandaarden voor de gehele bevolking namen fors toe.

Tegenwoordig is het beeld twee keer negatief. De economische groei is stukken lager dan in de hoogtijdagen na de oorlog en de verdeling van deze magere groei kruipt weer richting de ongelijke percentages aan het begin van de vorige eeuw. Dit versterkt door een economische crisis die het vertrouwen van een reeks aan generaties aantastte. Zijn we nog steeds welvarend? Absoluut. Maar het gevoel van the best is yet to come overheerst niet langer.

Als de analyse van Mounk ook maar ten dele juist is, betekent dat een nieuwe opdracht voor de liberale democratieën die worstelen zich de illiberale krachten van het lijf te houden. En dat is het vinden van een sociaaleconomisch antwoord op de vraag hoe we het overgrote deel van de samenleving het gevoel geven dat de liberale democratie er ook voor hen is. Dat er – ook in tijden van toenemende onzekerheid en ongelijkheid – zoiets is als een basale sociale rechtsstaat.

Of dit besef overal is ingedaald, valt te betwijfelen. Het kwam in elk geval niet aan bod bij een voornaam debat als de behandeling van de begroting voor 2018 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De woorden democratie en rechtsstaat zijn slechts een enkele keer terug te vinden in de handelingen, en dat was toen werd gesproken over integratie (dat ook onder de SZW-begroting valt).

In dit licht is de recente kamerbrief interessant over het overbruggen van scheidslijnen die minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vorige maand naar de Tweede Kamer stuurde. De brief is een reactie op het SCP-rapport ‘de Sociale Staat van Nederland’ en op het CBS-rapport ‘Gerapporteerde spanningen in de samenleving en eigen ervaringen daarmee’.

De brief ademt realisme over het feit dat de samenleving niet maakbaar is en dat verschillen nu eenmaal horen bij een vrije samenleving. Maar dat neemt niet weg dat de minister het belang benadrukt van een overheid die er is voor allen: ‘Waar spanningen en tegenstellingen voortkomen uit het gevoel dat mensen in Nederland geen gelijke kans hebben, of dat de overheid er niet voor alle mensen is, is er werk aan de winkel.’

Minder gelikt dan de campagnespot van Ocasio-Cortez, maar het is in ieder geval een mooie start. Na het zomerreces wordt over de brief gedebatteerd in de Tweede Kamer. Het zou goed zijn als naast alle vragen over individuele maatregelen, versnipperd over ministeries en bestuurslagen, ook het bredere perspectief aan bod komt. Want als Mounk c.s. het bij het rechte eind hebben is een diepgevoeld besef van gelijke kansen nodig om mensen te laten blijven vertrouwen in de liberale democratie. Dat is wel een debat waard.

Coen Brummer is directeur van de Mr. Hans van Mierlo Stichting, het wetenschappelijk bureau van D66.