Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

vrijdag 28 september 2018

Religieuze pelgrims in tijden van superdiversiteit

Door Manuela Kalsky

In Nederland zag het er lang naar uit dat de secularisatietheorie uit zou komen. Maar ontkerkelijking betekende niet automatisch afscheid van religiositeit. Religie blijkt niet verdwenen, maar is getransformeerd in allerlei nieuwe gedaanten.

Sociologen waren er heilig van overtuigd dat religie een aflopende zaak was. Volgens de secularisatietheorie zou religie door de toenemende welvaart en technologische vooruitgang wereldwijd verdwijnen. Een van de grondleggers van deze theorie, de befaamde Oostenrijks-Amerikaanse socioloog Peter Berger, zei in 1968 in de New York Times: ‘In de 21e eeuw zijn gelovigen waarschijnlijk alleen nog maar in kleine sektes te vinden, schuilend bij elkaar om weerstand te bieden tegen een wereldwijde seculiere cultuur.’1 Inmiddels weten we dat de secularisatietheorie op een eurocentrisch wereldbeeld berust en niet is uitgekomen. Een blik naar Afrika, Latijns-Amerika en Azië had Berger en zijn collega’s de ogen kunnen openen. Maar de bril waardoor zij naar de wereld keken, miste multifocale glazen. Europa was hun maatstaf voor wat er mondiaal te gebeuren stond.

In de meeste Europese landen is ontkerkelijking een feit. De gevolgen hiervan zijn in Nederland duidelijk zichtbaar. Kerken worden gesloten en de onwetendheid inzake religie is groot, vooral onder jongere generaties. Wereldwijd daarentegen blijft religie groeien, zo tonen onderzoeken van het Pew Research Center in de Verenigde Staten aan. Zij voorspelden in 2015 dat in 2050 ongeveer 87 procent van de wereldbevolking religieus zal zijn; de meeste mensen zullen bij een van de grote wereldreligies horen.2 Zal deze voorspelling wel uitkomen? Het is niet denkbeeldig dat de mondiaal voortschrijdende emancipatie van vrouwen tot een daling van het aantal geboorten zal leiden, met als gevolg een minder hoog groeipercentage van christenen en moslims in 2050 dan voorspeld. Of deze emancipatie ook in landen als Afrika, Azië en Latijns-Amerika gepaard zal gaan met individualiseringstendensen, waardoor geïnstitutionaliseerde vormen van religie minder aanhang krijgen, blijft af te wachten.

In Nederland zag het er lang naar uit dat de secularisatietheorie uit zou komen. Mensen keerden de geïnstitutionaliseerde religie in de afgelopen decennia massaal de rug toe. Maar ontkerkelijking betekende niet automatisch afscheid van religiositeit. Zelfs in de geseculariseerde Lage Landen blijkt religie niet verdwenen maar getransformeerd in allerlei nieuwe gedaanten. Ook Peter Berger is inmiddels van mening dat niet secularisatie maar diversificatie de drijvende kracht van de 21ste eeuw is.

Sinds enkele jaren zijn steden als Amsterdam, Rotterdam en Brussel super divers, en Antwerpen staat op de nominatie het binnenkort te worden. In bijvoorbeeld Amsterdam leven mensen met 180 verschillende nationaliteiten samen, met alle verschillende gewoontes en levensovertuigingen van dien. Geen enkele etnische groep in de stad vormt nog een meerderheid.3 De vraag waarin je dan moet integreren, houdt niet alleen de nieuwkomers bezig vanwege hun verplichte integratiecursus, maar uiteraard ook de stadsbesturen. Hoe verbind je al deze verschillen?

Superdiversiteit wordt meestal met migratie en nieuwe Nederlanders geassocieerd. Maar behalve een diversiteit ‘van buitenaf’, die we vooral in de steden zien, kent Nederland ook een diversiteit ‘van binnenuit’. Terwijl aan het begin van de 20ste eeuw zo goed als iedereen lid was van een kerkgemeenschap, geldt dat vandaag nog voor een kwart van de bevolking. Van alle Nederlanders is 14 procent theïst, 28 procent ‘ietsist’, 34 procent agnost en 24 procent atheïst, blijkt uit het meest recente onderzoek God in Nederland.4 Ook al suggereren deze getallen een helder overzicht hoe het in Nederland is gesteld met religie, in werkelijkheid zijn de grenzen tussen de verschillende levensbeschouwelijke overtuigingen vloeiender. Kerkelijken blijken minder recht in de leer dan vaak gedacht en humanistisch en atheïstisch georiënteerden zijn bij nader inzien toch wel ‘spiritueel’ geïnteresseerd. Als we bijvoorbeeld de 12 procent rooms-katholieken in ons land onder het vergrootglas leggen, blijkt nog maar 17 procent van hen theïst te zijn. Bijna de helft, namelijk 46 procent, noemt zich ‘ietsist‘, 30 procent is agnost en 7 procent zelfs atheïst. Ook mensen die tot een kerkelijke gemeenschap behoren, zijn dus zeer divers qua levensbeschouwelijke overtuigingen. Anders gezegd: het is alles behalve helder, waar de rooms-katholieke Nederlander die u op straat of bij de bakker ontmoet, wel of niet in gelooft.

De van oorsprong christelijke Nederlander is in grote getale een levensbeschouwelijke pelgrim geworden, op zoek naar een spiritualiteit en religiositeit voorbij de confessionele grenzen en hiërarchische vormen van traditionele religies. Niet alleen in Nederland, ook in de landen om ons heen nemen mensen de vrijheid om flexibel met religie om te gaan en zelf te kiezen op welke manier zij zingeving in hun leven vormgeven.

Sinds 2013 leid ik samen met prof. André van der Braak aan de Vrije Universiteit Amsterdam een nwo-onderzoeksprogramma naar het fenomeen multiple religious belonging (mrb). Dit onderzoek richt zich op mensen die uit verschillende spirituele en/of religieuze bronnen putten en elementen daaruit combineren. De een doet dat door twee of meer religieuze tradities met elkaar te verbinden en zich bijvoorbeeld als boeddhist én christen te beschouwen, een ander door de religie waarin hij of zij is opgegroeid te verrijken met elementen uit andere levensbeschouwingen, en een derde door elementen samen te voegen tot een nieuwe spirituele weg.5 Uit ons onderzoek blijkt dat zo’n 3,1 miljoen Nederlanders (24 procent van de volwassen bevolking) op deze manier mixen en matchen.6 Er ontstaan religieuze bricolages en transreligieuze identiteiten. En niet alleen religies vloeien vandaag de dag in elkaar over, ook de grens tussen seculier en religieus vervaagt. Zo heeft bijna de helft van de leden van het Humanistisch Verbond behoefte aan rituelen op belangrijke momenten in hun leven en zijn jonge humanisten minder uitgesproken over het niet-bestaan van hogere machten.7 Ook zijn er, volgens godsdienstfilosoof Taede Smedes, religieuze atheïsten, religieuze naturalisten en post-theisten te vinden, die tegenover een toenemend nihilisme de wereld juist als ‘heilig’ beschouwen.8

Centraal staan verhalen en rituelen die mensen door de eeuwen heen hebben geholpen zin te geven aan hun bestaan. Religieuze tradities worden zo tot een open bron van wijsheid, waaruit het individu vrijelijk put.

Een voorbeeld van zo’n aanpak is te vinden bij de Nederlands-Turkse cabaretière en columniste Nilgün Yerli. Zij is een van de mrb’ers die in het boek Flexibel geloven centraal staan.9 Samen met haar broers en zussen kreeg zij een vrije islamitische opvoeding, waarin de soefi-mysticus Rumi (1207–1273) ter inspiratie diende. Voor Yerli is liefde de kern van alle religies. Levensbeschouwingen richten zich volgens haar op belangrijke waarden zoals eerlijkheid, goedheid, begrip, vertrouwen en geduld. Daarom put zij uit alle religies, zonder zich aan een specifieke religie te binden. Rituelen, symbolen en metaforen geven een diepere dimensie aan haar bestaan. Zo koestert ze het ‘dienbladritueel’ waarmee ze opgroeide. Op zondagmorgen droeg haar moeder een dienblad met rijst (vruchtbaarheid), geld (rijkdom), bloemen (leven), tarwe (hoop), goud (waarde van liefde) en honing (zoetheid) door het huis. De kinderen moesten dan voelen, ruiken en een hapje honing nemen. Als kind irriteerde het haar, maar nu begrijpt ze de diepere betekenis en waarde ervan. Ze voedt ook haar zoon op met dit ritueel in de hoop dat het hem doet beseffen dat er ‘meer in het leven is dan iPads en games’. Ook elementen uit de joodse traditie neemt Yerli mee in haar dagelijks leven. Haar oma was joods, wat Yerli tot voor kort niet wist. Pas nu beseft zij dat het wekelijkse familiediner op vrijdagavond erg op een sabbatviering leek. Ook aan dit ritueel houdt zij vast. Rituelen en verhalen zorgen voor continuïteit, regelmaat en lichamelijk en geestelijk welbevinden in haar leven. Ze zijn er om het leven te vieren en troost en geborgenheid te bieden bij tegenslag en ze helpen haar om met compassie in de wereld te staan.

Individualisering, secularisering, globalisering en migratie, en niet te vergeten het internet, hebben het culturele en religieuze landschap van Nederland ingrijpend veranderd. Geïndividualiseerde religiositeit, geïnstitutionaliseerde religie(s), humanistische en atheïstische wereldvisies staan naast elkaar, tegenover elkaar en vloeien in elkaar over. Een chaotisch en onoverzichtelijk geheel van op het eerste gezicht tegenstrijdige en elkaar uitsluitende visies en praktijken, die niet passen in ons geordende westerse denkkader van: het is óf zus óf zo. Superdiversiteit brengt hybride vormen van cultuur en religie voort, die de gangbare logica van het binaire denken ondermijnen. Daar liepen we ook in het mrb-onderzoek tegenaan. Hoe breng je de superdiverse religiositeit van mrb’ers, zoals bijvoorbeeld die van Nilgun Yerli, adequaat in beeld als die zich per definitie onttrekt aan de conceptuele modellen van het gangbare wetenschappelijk onderzoek? Of simpeler gezegd: hoe meet je ‘vloeibaar’?

De voortschrijdende diversificatie van onze samenleving noodzaakt wetenschappers en politici in veelvoud te leren denken omwille van een goed leven voor allen. Het betekent recht doen aan de culturele en levensbeschouwelijke diversiteit van alle burgers, en tegelijkertijd op verbinding gericht zijn door verschillen vruchtbaar te maken in plaats van ze in een binair wij-zij-frame te plaatsen. Verbindend denken, verschillen in levensbeschouwelijk/religieus opzicht leren omarmen en op basis van gedeelde waarden samenwerken, zijn voorwaarden om de superdiverse steden van de toekomst te kunnen besturen. Wie zich nu nog afvraagt of religie ook een stem moet krijgen bij het bouwen aan dit goede leven voor allen in Nederland, is nog niet gearriveerd in het Europa van de 21ste eeuw.

Manuela Kalsky is directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS) en bijzonder hoogleraar op de Schillebeeckx leerstoel aan de faculteit voor Religie en Theologie aan de Vrije Universiteit.

1 | ‘A Bleak Outlook is Seen for Religion’, New York Times, 23 februari 1968, 3.

2 | Zie Pew Research Center, The Future of World Religions: Population Growth Projections, 2010–2050. http://www. pewforum.org/2015/04/02/ religious-projections-2010 -2050/(bezocht 17–8–2018).

3 | M. Crul, Superdiversiteit. Een nieuwe visie op integratie. Amsterdam: CASA/VU University Press, 2013.

4 | T. Bernts, J. Berghuijs, God in Nederland 1996–2015, Ten Have, Utrecht 2016.

5 | Zie glossy over mrb: MiX. Flexibel geloven, AUP Amsterdam 2017.

6 | J. Berghujs, Multiple Religious Belonging in the Netherlands’: An Empirical Approach to Hybrid Religiosity, in: Open Theology (2017) 3, 19-37.

7 | Zie: www.trouw.nl/ home/jonge-humanisten -zijn-minder-uitgesprokenover-het-niet-bestaan-vangod~afe3f670/(22-8-2018).

8 | T.A. Smedes, God, iets of niets? De post-seculiere maatschappij tussen geloof en ongeloof, AUP Amsterdam 2016.

9 | M. Kalsky, F. Pruim, Flexibel geloven. Zingeving voorbij de grenzen van religies, 2de druk, Skandalon, Vught 2016, 17-26.