Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

dinsdag 20 november 2018

Op zondag liefst onder elkaar

Door Marthe Hesselmans

…In Zuid-Afrika is niets zwart-wit, ook als het gaat om geloof. Het land is superdivers en superreligieus. Kerken zijn er de laatste bastions van apartheid. Maar in die kerken klinkt de roep om eenheid.

Philippolis is een klein dorp overal ver vandaan. Ver van de stad, ver van de overheid, ver van voorzieningen, vooruitgang en verzoening. Witte boeren bezitten het land en een mooie kerk in het centrum. Zwarte landarbeiders wonen aan de rand en komen samen in een klein kerkje naast de enorme begraafplaats. Hier heeft de hiv-aids-epidemie een catastrofe aangericht. Op die begraafplaats vertelden kerkgangers mij over hun samenwerking. Die ontstond tijdens de epidemie. Zwart en wit ontmoetten elkaar bij de begrafenissen. Witte boeren condoleerden de ouders van hun zwarte schoonmaaksters.

samenwerking

Tijd verstreek en de boeren zagen hun kinderen naar de stad vertrekken, naar het buitenland. Er was weinig werk. Er kwamen geen nieuwe gezinnen. De kerk in het centrum liep leeg. De boeren konden hun dominee niet meer betalen. Ze gingen terug naar de zwarte kerk naast de begraafplaats. Of de kerkgangers daar interesse hadden in een samenwerkingsverband: één dominee voor twee kerken, één salaris dat de zwarte en witte gemeenschap samen zouden betalen. Een dominee werd gevonden – een vrouw, met een lesbische assistent. Voor beide conservatieve gemeenschappen was dat ondenkbaar. Maar, vertelden ze mij, wat moesten ze anders? De dominee preekte nu iedere zondag eerst in de ene, dan in de andere kerk. In beide hield ze hetzelfde verhaal: over God die verzoening verlangt van iedereen. Op maandag wist de landarbeider wat de boer de dag te voren te horen heeft gekregen. En de boer wist dat de landarbeiders dat wisten.

eenzaam

Via de dominee hoorden ze wat er speelde bij ‘de ander’. De landarbeiders hoorden dat veel oudere boeren eenzaam waren met hun kinderen ver weg. Ze gingen langs, eerst onder het mom van schoonmaken. Dan bleven ze voor een praatje. Zo hoorden de boeren over de problemen van de landarbeiders – het gebrek aan water en de overheid die daar niets aan deed. Zouden ze niet eens samen bidden voor regen? Maar niet in elkaars kerken. Want in de zwarte kerk zitten dronken mensen. Want in de witte kerk spelen ze de baas. Zo bidden de zwarte en witte ZuidAfrikanen samen voor regen buiten de kerk. Buiten ieders eigen tradities, gewoontes, cultuur en geschiedenis om.

Dat zwart en wit samen bidden, is in Zuid-Afrika haast een wonder van God. Apartheid is niet lang geleden. Juist de kerk had apartheid goed gepraat: God hield niet van diversiteit. Die gedwongen eigenheid was eng, maar ook essentieel. In de eigen kerk waanden zwarte kerkgangers zich veilig. Hier kwam de witte baas niet binnen. Hier was onderlinge solidariteit en hier ontwaakte de anti-apartheidsstrijd. Zwarte gelovigen sloegen de witte kerkbazen met hun eigen Bijbel om de oren. Ze hadden verder gelezen, over een God die geen apartheid wilde, maar juist eenheid, liefde en verzoening.

De tijden veranderden. In 1997 verkondigde de witte kerk officieel dat apartheid fout was. Ze had God verkeerd begrepen. Zwart, wit en bruin moesten samen komen, ook en vooral in de kerkbanken.

Dan de realiteit. In de afgelopen jaren zag ik Zuid-Afrikanen elke zondag massaal bidden tot die God van eenheid. Maar wel ieder in de eigen gemeenschap – zwart bij zwart, wit bij wit, bruin bij bruin. Niet omdat God het wil. Niet omdat het moet van de staat. Ze willen het zelf. Want, zegt de kerkganger, ‘ik heb de hele week te maken met diversiteit. Op zondag wil ik even rust’.

Apartheid als de nieuwe zondagsrust. Zelf-segregatie. Want diversiteit is vermoeiend – wat God er ook van mag denken. In de regenboognatie is een ochtendje zingen en bidden met je eigen mensen een geschenk van God. Zie je wel, denkt de geseculariseerde Nederlander nu wellicht. Religie is en blijft een splijtzwam. In Zuid-Afrika net als elders, verdiept religie verschillen tussen mensen, wakkert het conflicten aan en leidt het eigenlijk alleen maar tot ellende. Was het maar zo eenduidig. Dan konden we fijn tegen religie zijn. Maar juist in Zuid-Afrika laat religie ook een ander gezicht zien – een gezicht van voorzichtige verzoening met de diverse werkelijkheid.

Diversiteit is moeilijk, en niet alleen in de kerk. Zuid-Afrika is een diep verdeelde natie. Wit en zwart kunnen nu naast elkaar zitten op een bankje in het park. Maar wie het zich kan veroorloven, bouwt hekken om het huis en stuurt de kinderen naar privéscholen. Wie dat niet kan, strijdt om schaarse baantjes. Homoseksuelen zijn hun leven niet zeker. De economische ongelijkheid tussen zwart en wit blijft enorm. Geloof floreert in moeilijke tijden. Maar de kerk worstelt. In het diverse Zuid-Afrika hoppen gelovigen van kerk naar kerk of stappen ze over op meditatieles. Diversiteit betekent overlevingsstrijd. Kerken raken gelovigen kwijt en daarmee hun levenslijn. Zonder gelovigen geen geld voor onderhoud, voor de dominee, de bijbelles. Dit raakt zowel witte als zwarte kerken en juist hier krijgt religie een ander gezicht.

flinterdun

De kerkgangers van Philippolis maken zich geen illusies. Ze weten dat apartheid nog springlevend is in hun gelederen. De ongelijkheid, de angst voor de ander – het is er allemaal. Maar ze laten zich er steeds minder door tegenhouden. Want, zegt de kerkganger, ‘die ander gelooft ook in God.’ Het is een flinterdunne basis voor vertrouwen. Maar het is iets. Zonde om daartegen te zijn.

Marthe Hesselmans promoveerde in Boston op de rol van religie bij de verzoening in Zuid-Afrika. Ze is senior wetenschappelijk medewerker bij de Mr. Hans van Mierlo Stichting. Op 27 november zal ze gesprekspartner zijn bij het idee-evenement ‘Oh My God: het ongemak over religie’ in de Kloosterkerk in Den Haag. Dit artikel verscheen op 20 november in het Nederlands Dagblad.