Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

woensdag 16 januari 2019

De VVD was nooit liberaal, maar vooral conservatief

Onderstaande stuk is op 15 januari gepubliceerd in NRC.

Door Daniël Boomsma

VVD’ers missen liberale waarden, berichtte NRC zaterdag over de onvrede onder VVD’ers over de koers van hun partij. Drie burgemeesters maakten kenbaar zich niet te herkennen in de politieke lijn die onder fractievoorzitter Klaas Dijkhoff is ingezet. De hang naar macht en een „neiging tot plat opportunisme” dringt volgens hen fundamentele liberale uitgangspunten van de partij naar de achtergrond. Dat die kritiek nu pas vanuit de VVD publiekelijk wordt geuit is verrassend. De kritiek snijdt namelijk hout. De partij spreekt zich al geruime tijd uit voor een beleid dat haaks staat op het liberalisme.

De recente voorbeelden, die ook in NRC werden aangehaald, spreken voor zichzelf. Het pleidooi van Dijkhoff om een demonstratieverbod bij de intocht van Sinterklaas af te vaardigen, negeerde het meest primaire liberale uitgangspunt: vrijheid. Het ging rechtstreeks in tegen artikel 9 van de Grondwet. Dat artikel stond nota bene al in de door de grote liberaal Thorbecke in 1848 opgestelde originele grondwet. Kort daarvoor had de partij zich al uitgesproken voor dubbele straffen in probleemwijken waarmee ook het uitgangspunt van gelijkheid terzijde werd geschoven en de rechtsstaat voor het gemak werd vergeten. De plotselinge verwerping van het klimaatplan in de Telegraaf dit weekend offerde ook de broederschap op: het even basale als cruciale uitgangspunt van oog hebben voor toekomstige generaties.

Niet verrassend
Hoe onliberaal die voorstellen ook zijn, het mag geen verrassing heten dat de VVD ze doet. Wie een blik werpt op de geschiedenis van het politieke handelen van de VVD, ziet dat de partij eigenlijk nooit echt liberaal is geweest. Voorbeelden te over: van het VVD-Kamerlid Couzy dat begin jaren zestig de minister van Defensie vroeg het weekblad Vrij Nederland te verbieden in militaire instellingen (het blad zou ‘gezagsondermijnende stukken’ publiceren), tot het voeren van een ‘realistisch buitenlandbeleid’ waarin ook zaken gedaan zou worden met autocraten. En van het inzetten van drones met gezichtsherkenning tot het introduceren van een wietpas. Dat laatste bracht de VVD-jongeren er overigens op de toen verantwoordelijke minister Ivo Opstelten een aanmoedigingsprijs te geven, omdat hij „liberale waarden uit het oog” verloor.

Helaas is ook de afkeer van het voeren van degelijk klimaatbeleid niets nieuws. VVD-fractievoorzitter Harm van Riel sprak zich zelfs in de jaren zeventig al uit tegen ‘hysterie’ over het milieu, toen de Club van Rome met een urgent rapport kwam over de grenzen van wat onze planeet aankan.

Daarbij lijkt het denken bij de VVD over wat de hedendaagse uitdagingen voor het liberalisme zijn, tot stilstand te zijn gekomen. Terecht merken de genoemde burgemeesters op dat de VVD opportunistisch inspeelt op angsten en onzekerheden bij burgers. Maar daadwerkelijke voorstellen om mensen te beschermen tegenover economische grootmachten of tegen de onzekerheid van de platformeconomie blijven achterwege. De VVD legt bedrijven geen strobreed in de weg om flexwerkers in te huren zonder bij te dragen aan hun sociale zekerheid en geeft multinationals het liefst belastingkorting.

Papieren beginselen
Natuurlijk, uit door de partij gepubliceerde pamfletten en manifesten sprak vaak een liberale geest. Zo benoemde de allereerste beginselverklaring in 1948 de „vrijheid van de mens, naar zijn aard bestemd om als vrije persoonlijkheid in de gemeenschap te leven” als „kostbaarste goed”. Maar wat zijn die beginselen waard als ze geen wezenlijke invloed hebben op het handelen van de partij?

De recente oogst aan anti-liberale voorstellen is dus typerend voor een al lang geleden ingezette koers. Ze vormen een illustratie van een historisch hardnekkig probleem: de VVD is een conservatieve partij in een liberaal jasje. D66-oprichter Hans van Mierlo bracht het eens treffend onder woorden. Het klassieke probleem van de VVD is „dat de partij enerzijds in ideologische zin de pretentie moet ophouden van een echte liberale partij en aan de andere kant in de dagelijkse praktijk in het krachtenveld van de Nederlandse politiek een doodgewone conservatieve rol moet vervullen en daarop een groot deel van haar aanhang werft.”

Het is echter de vraag of de VVD dat probleem ook ziet. De bezwaren van de burgemeesters leggen voor ware liberalen in ieder geval de vinger op de zere plek.