Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

dinsdag 5 maart 2019

Recensie: On Freedom (2019)

Door: Laura Spoelman

Indien mensen voor de keuze staan of ze volgende week tijdens de koffiepauze chocola of stuk fruit willen, kiezen 7 op de 10 mensen voor fruit. Als er wordt gevraagd wat mensen vandaag tijdens de koffiepauze willen, kiezen 7 op de 10 mensen voor chocola.1 Hoe de keuze wordt gepresenteerd, het moment waarop er tussen fruit of chocolade moet worden gekozen, heeft invloed op de keuze. Keuzearchitectuur, de omgeving waarin keuzes worden gepresenteerd, is onvermijdelijk. Dit is al eerder door de gedragseconomen Cass. R. Sunstein en Richard Thaler beargumenteerd in de bestseller Nudge (2008). Door middel van een Nudge, een duwtje, kan de keuzemaker de goede kant op worden gewezen.

Onlangs verscheen het essay On Freedom waarin Sunstein betoogt dat keuzevrijheid onvoldoende is voor een individu om écht vrij te zijn. Mensen dienen worden te geholpen hun doelen te bereiken. Soms kan de keuzemaker niet beoordelen wat het beste voor hem is of hoe hij daar komt. Dit zogenoemde ‘zelfbeoordelings-criterium’, geïnspireerd op de denkbeelden van de negentiende-eeuwse liberaal John Stuart Mill, is volgens Sunstein ontoereikend. Mill stelt dat ieder individu afzonderlijk het beste kan bepalen wat een juiste handeling is. Het individu heeft immers de meeste kennis over zijn of haar eigen situatie. In zijn essay, een herziening van Nudge gebaseerd op een eerder gegeven college, daagt Sunstein die visie uit. Sunstein legt meer dan in eerdere publicaties de nadruk op het paternalisme en minder op het liberalisme. Hij draagt drie argumenten tegen het ‘zelfbeoordelings-criterium’ aan.

Mensen hebben om te beginnen moeite met Navigability, vrij vertaald ‘navigeerbaarheid’. Mensen weten vaak niet wat het beste voor hen is en hoe ze daar vorm aan kunnen geven. Dan gaat het ‘zelfbeoordelings-criterium’ niet op. Waar Mill beargumenteert dat een individu zelf het beste weet wat voor hem of haar de juiste keuze is, stelt Sunstein dat Mill en andere liberalen navigeerbaarheid veronachtzamen. Door mensen te helpen met navigeren, kan hun vrijheid juist worden vergroot.

Daarnaast schiet het ‘zelfbeoordelings-criterium’ tekort, omdat iemand op verschillende momenten iets anders kan willen. Iemand heeft een voorkeur op moment een, maakt keuzes op moment twee en kan – ondanks dat er sprake is van een rationele beslissing – daar achteraf spijt van hebben. Als je achteraf ergens spijt van hebt gehad, dan wil dat zeggen dat het individu zichzelf niet heeft kunnen beheersen. En dat beperkt weer de vrijheid. Een gebrek aan zelfbeheersing vormt zo een hindernis voor de realisatie van vrijheid, stelt Sunstein.

Ten slotte schiet het ‘zelfbeoordelings-criterium’ tekort omdat een individu niet altijd vooraf kan weten hoe een keuze zijn of haar welzijn beïnvloedt. Een nudge waar de uitkomst in eerste instantie niet geaccepteerd wordt door de keuzemaker, kan uiteindelijk wel tot evenveel welzijn leiden.

Sunstein introduceert twee alternatieve benaderingen die het ‘zelfbeoordelings-criterium’ kunnen vervangen en keuzearchitecten de handvatten reikt voor inrichting van de keuzeomgeving. De eerste, de Milliaanse-benadering stelt dat de keuzeomgeving idealiter zo is ingericht dat keuzemakers de keuzes voorhanden krijgen die de rationele en volledig geïnformeerde keuzemaker kiest. Deze benadering is echter ontoereikend: een rationeel persoon kan alsnog een slechte keuze maken, bijvoorbeeld onder invloed van eigen vooroordelen of door te optimistisch te zijn. Daarom introduceert Sunstein een tweede benadering: de Benthamse-benadering, vernoemd naar de achttiende eeuwse Engelse filosoof en vader van het utilitarisme Jeremy Bentham. Deze (utilistische) benadering stelt dat de inrichting van de keuzeomgeving dient te leiden tot het meeste welzijn voor de keuzemakers. Keuzearchitecten krijgen een grote verantwoordelijkheid en belangrijke taak. Het welzijn van individuen ligt tenslotte in hun handen.

Afsluitend gaat Sunstein een stap verder. Inperking van keuzevrijheid is geoorloofd wanneer deze inperking aanzienlijk betere uitkomsten heeft voor het welzijn van mensen en er anders sprake is van ‘serieuze schade’. Mandaten en verboden zijn dan juist een manier voor interventies. Het is onduidelijk wanneer keuzearchitecten mogen spreken over ‘serieuze schade’ en een ‘aanzienlijke verbetering van het welzijn van mensen’. Zo dreigen keuzearchitecten zich op een hellend vlak te begeven. Wanneer leidt iets immers tot ‘serieuze schade’? Wanneer is iets een ‘aanzienlijke verbetering van het welzijn’? En wie bepaald dat?

Sunstein lijkt een niet verder gedefinieerd begrip van welzijn hoger te beoordelen dan individuele keuzevrijheid. Van libertair paternalist is hij zo simpelweg veranderd in een paternalist. Zijn negatieve mensbeeld is daar een belangrijke basis voor. Keuzearchitecten worden nagenoeg geportretteerd als reddingswerkers, die mensen dienen te behoeden voor het maken van foute keuzes. Mensen lijken in Sunstein’s visie niet meer vrij om fouten te maken en Sunstein lijkt te veronderstellen dat ‘foute’ keuzes leiden tot onvrijheid. Dat doet de vraag rijzen of zijn visie op vrijheid ook een verschuiving van verantwoordelijkheid impliceert. Is de keuzemaker verantwoordelijk voor zijn eigen handelen? Of is de keuzearchitect dat, die immers de keuzeomgeving met zijn interventies heeft ingericht.

Mensen zijn compleet vrij wanneer zij hun doelen kunnen bereiken. Zo luidt de Sunstein’s conclusie. Het is de taak van keuzearchitecten de keuzeomgeving zo in te richten dat dit het meeste welzijn oplevert. Dat lijkt in eerste instantie een sympathiek standpunt, waar desalniettemin kritische en fundamentele kanttekening bij te plaatsen zijn. Een mens dient namelijk ook vrij te zijn om fouten te maken.


Laura Spoelman is stagiair bij de Mr. Hans van Mierlo Stichting

1 Zie onderzoek van Daniel Read & Barbara van Leeuwen (1998): The Effects on Appetite and Delay on Choice.