Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

woensdag 1 mei 2019

De deuren van de democratie moeten open

Onderstaand stuk is op 1 mei 2019 gepubliceerd in Trouw.

Door Daniël Boomsma en Abele Kamminga

Nederland is een diplomademocratie, waarin een klein groepje hogeropgeleiden de posities verdeelt.

Met welhaast on-Nederlandse retoriek over de wederopstanding van superieur ‘boreaal Europa’ wist het Forum voor Democratie een grote schare kiezers voor zich te winnen bij de afgelopen Provinciale Statenverkiezingen. Na de uitslag buitelden de verklaringen over elkaar heen: meer mensen dan gedacht zouden zich hebben laten verleiden door het nationalistische ge-oehoe van Forum. Anderen opperden dat economische onzekerheid, ongelijkheid of statusverlies doorslaggevend waren geweest voor kiezers.

Een veel hardnekkiger motief dat kiezers beweegt om op Forum te stemmen, of op willekeurig welke inbreker in het politieke bestel die zich de afgelopen twee decennia ook maar aandiende, werd minder genoemd: de slinkende mogelijkheden onder lager- en middelbaaropgeleiden voor het volwaardig kunnen uitoefenen van hun burgerschap. Zij bonzen op de dichte deuren van de democratie en ervaren een diepe kloof tussen henzelf en de binnenwereld van de politieke macht.

Eerder dit jaar rapporteerde de staatscommissie parlementair stelsel dat die ervaring méér is dan alleen een ‘gevoel’. Er is daadwerkelijk een groeiende tweedeling tussen hoogopgeleiden en lager- en middelbaaropgeleiden. In de eerste plaats uit zich dat in een tekortschietende inhoudelijke vertegenwoordiging van die laatste groep in de politiek, bijvoorbeeld op het gebied van migratie en Europa. Opvattingen in de Tweede Kamer zijn vaak een weerspiegeling van een hoogopgeleide bovenlaag. Een aanzienlijke groep kiezers, zo’n 30% van het electoraat, dreigt daardoor helemaal af te haken.

Maar de representatie loopt niet alleen inhoudelijk mank. Nederland is feitelijk een diplomademocratie die een participatie-elite voortbrengt. Om van politieke betekenis te kunnen zijn, moet je in het bezit zijn van een diploma in het hoger onderwijs en lid zijn van een politieke partij. Politicoloog Tom van der Meer spreekt van een ‘politisering’ van het openbaar bestuur en een ‘oligarchisering van de politieke macht’. In zijn onderzoek concludeert hij dat een kleine dertigduizend, hoogopgeleide partijpolitici kans maakt op bestuurlijke posities.

Die oligarchisering beperkt zich niet tot bestuurlijke positie. Het bepaalt ook de manier waarop in Nederland regeringen worden gevormd. Burgers mogen stemmen op een partij, maar het vormen van een regering en het bepalen van het beleid is voorbehouden aan de leiders van de politieke partijen. Zij smeden achter de schermen regeerakkoorden die doen denken aan de onherroepelijke wetten van de Meden en Perzen. Dat heeft een kwalijk gevolg: in plaats van een parlement dat de kiezer representeert en de regering op basis daarvan controleert, regeert de Tweede Kamer steeds vaker méé.

De praktijk van de politiek versterkt met name onder lager- en middelbaaropgeleiden het beeld van een Haagse kliek die het onderling wel ‘regelt’. Het bracht rechtsfilosoof en D66’er Jan Glastra van Loon er eind jaren zestig al toe om als éérste te spreken van een ‘kartel’, een term die nu weer z’n intrede heeft gedaan in het publieke debat.

Wat zich hier echter vooral wreekt is een gebrek bij lager- en middelbaaropgeleiden aan het kunnen uitoefenen van volwaardig burgerschap. Zij dringen maar zeer zelden door tot (belangrijke posities binnen) politieke partijen, hebben een gebrekkige invloed op de macht en worden in een technocratische politieke realiteit overvleugeld door hoogopgeleiden en beroepspolitici.

Als gevestigde partijen het niet opnemen voor die groep die nu dreigt af te haken, dan blijft er alle ruimte open voor inbrekers om die rol te claimen. De deuren van de democratie moeten worden opengebroken. De afgelopen tijd gebeurde eerder het tegengestelde en zijn de weinige kanalen naar de macht zelfs dichtgegooid. Denk aan het referendum dat is afgeschaft zonder dat er een geloofwaardig en volwaardig alternatief is aangereikt.

Burgerschap draait in de eerste plaats om het in staat stellen van mensen om hun eigen leven en het publieke leven vorm te geven. Dat dient vorm te krijgen in een nieuwe, vitale democratie. De staatscommissie doet al een aantal voorstellen om de gesloten deuren van de democratie open te breken, bijvoorbeeld via een sterkere band tussen kiezer en gekozene door voorkeursstemmen leidend te maken en door meer directe democratie zoals referenda. Verder valt te denken aan volksinitiatieven, maar ook aan het oefenen van burgerschap in het onderwijs en het vergroten van de invloed van mensen op hun omgeving dichtbij huis.

Het rapport van de staatscommissie wacht nog steeds op een reactie. Het is de vraag wie de handschoen durft op te pakken. Verandering zal immers vanuit de binnenwereld van de macht zélf moeten komen. De ideeën zijn er. Nu het gevoel van urgentie nog. Want waar macht is voorbehouden aan een kleine groep, is de democratie het eerste slachtoffer.

 


Daniël Boomsma is wetenschappelijk medewerker van de Mr. Hans van Mierlo Stichting (D66).
Abele Kamminga werkt bij de Hanzehogeschool Groningen. Eerder werkte hij voor de Tweede Kamerfractie van D66.

Dit artikel is gebaseerd op het essay Burgerschap. Een sociaal-liberale visie dat deze week onder verantwoordelijkheid van de Mr. Hans van Mierlo Stichting is verschenen.