Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

De sociaal-liberale wereld van: Victor Everhardt

In de politiek van vandaag de dag is weinig ruimte voor meer dan een pakkende oneliner. Achter het snelle idee gaat (hopelijk) echter een hele gedachtenwereld schuil. Uitgangspunten, waarden en wensen over de wereld die de politicus voor zich ziet. Doutje Lettinga spreekt namens idee D66-politici over hun sociaal-liberale mens- en wereldbeeld. In dit nummer: D66-wethouder in Utrecht, Victor Everhardt.

Door Doutje Lettinga

Victor Everhardt (1968) is bijna zes jaar wethouder van de gemeente Utrecht, waar hij verantwoordelijk is voor onder andere volksgezondheid, jeugdzorg en werk & inkomen. Zijn interesse voor gezondheidszorg ontwikkelde Everhardt toen hij in 1998 als jonge rijksambtenaar betrokken raakte bij het Nederlandse drugsbeleid. Vanaf 2006 was hij voorzitter van het Centrum Jeugd bij het Trimbos-instituut, het kenniscentrum over geestelijke gezondheids- en verslavingszorg.

 

Macht, en hoe je daarop invloed kunt uitoefenen, intrigeert Everhardt en bracht hem naar de wereld van bestuur en beleid. Maar, zegt hij: “Macht alleen is voor mij niet interessant. Het gaat erom wat je er vervolgens mee doet.” Sociaal-liberalen kunnen maar slecht met macht omgaan, vindt hij. “Zodra D66 in een machtspositie terechtkomt, verkleurt ons sociaal-liberale signatuur. Dan grijpen we terug naar processen en krijgen we het verwijt dat we niet zichtbaar genoeg zijn. We zouden juist moeten doorgaan met sturen vanuit onze waarden wanneer we tegenstand krijgen. Als je de machtsvraag niet naar je toetrekt, dan kun je nooit je idealen bewerkstelligen.”

De sociaal-liberale idealen van D66 zijn vertaald in vijf richtingswijzers. Welke spreekt u het meeste aan en waarom?
“Vertrouw op de eigen kracht van mensen. Als je vertrouwen als basisprincipe gebruikt, dan krijg je interactie. Als je vertrouwen geeft, dan vraag je het ook terug. Dan gebeurt er wat, en maak je nieuwe verbindingen.”

Hoe legt u dergelijke fundamentele sociaal-liberale waarden uit aan uw electoraat?
“Dat is wel grappig. In Utrecht hebben we een gezondheidsnota ontwikkeld die gebaseerd is op waarden, zoals de waarde van gezond opvoeden. Dat zijn best abstracte en vage termen, waarmee je je als bestuurder op glad ijs begeeft. Het is immers gemakkelijker om met een concreet plan te komen. Er had veel discussie kunnen ontstaan toen ik de nota presenteerde, maar die kwam er niet. Iedereen vond het een mooi gegeven.”

Denkt u dat daar behoefte aan is, politiek bedrijven op basis van idealen?
“Ja, dat heb ik wel gemerkt. Ik erger me dood als de premier zegt dat hij wars is van visies, dat die hem alleen maar in de weg staan. Terwijl ik als wethouder merk dat juist als je een visie presenteert, je mensen kunt meenemen en je ze kunt laten reflecteren. Maar waar ik als historicus wars van ben – en dat is waarom ik D66’er ben – is als visie een dogma wordt. Daarin hebben we als beweging een meerwaarde: over bijvoorbeeld Europa leggen we een visie neer, zonder dat we vervallen in vastgeroeste dogma’s en niet meer open kunnen staan voor nieuwe ontwikkelingen. Daarbij hoort ook een andere invulling van het bestuurschap, namelijk dat je als wethouder of raadslid niet alleen maar zendt maar ook luistert. Als de macht luistert en daar vervolgens naar handelt, dan durft ze ook op glad ijs te staan.” Naast het belang van waarden als vertrouwen op de eigen kracht van het individu, benadrukt Everhardt de meerwaarde van wetenschappelijk onderzoek voor beleid, mits het toepasbaar is. “Hoe dichter ik bij de macht kwam, hoe meer ik erachter kwam dat (beleids)beslissingen niet altijd rationeel zijn.” Bij deze visie past ook het experiment dat de gemeente Utrecht in samenwerking met universiteiten uitvoert, waarbij een selectie van bijstandsgerechtigden een basisinkomen krijgt zonder dat daaraan een sollicitatieplicht vastzit.

Hoe past deze variant op het basisinkomen binnen het sociaal-liberalisme?
“Ik vind het een kern van onze beschaving dat wij mensen die even niet goed kunnen meedoen op de arbeidsmarkt, een uitkering geven. Als wethouder werk & inkomen zie ik echter dat dit terrein op wantrouwen is gestoeld. We controleren alleen maar en tuigen een hele bureaucratie op, vanuit de veronderstelling dat mensen door zo’n benadering sneller terugkeren naar de arbeidsmarkt. Maar daarvoor is helemaal geen bewijs. Ik wil weten of er andere methodes zijn waarbij we mensen benaderen op basis van vertrouwen. Waarin we ze de ruimte bieden om hun eigen keuzes te maken en bijvoorbeeld een eigen onderneming te starten. Dat is de kern van mijn experiment.”

Denkt u dat het idee van het basisinkomen breed gedragen wordt onder D66’ers?
“Dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Maar laten we evidentie op tafel leggen om te kijken of dit experiment überhaupt zal werken. Ik ben ervan overtuigd dat D66’ers zich laten overtuigen door cijfers en feiten. Binnen dit wetenschappelijke experiment val ik een bepaalde groep mensen met uitkering even niet lastig met een op wantrouwen en op controle gericht regime, maar volg ik ze twee jaar om te kijken welke stappen ze zetten. Dat is vertrouwen geven, gecombineerd met zien wat werkt en wat niet werkt. Ik ben de eerste die zal zeggen dat als het niet werkt, we het niet moeten doen. Maar laten we eerst netjes experimenteren.” Het mag dan ook geen toeval heten dat Everhardt al jaren in de gezondheidszorg werkt, een beleidsterrein dat bij uitstek door data en cijfers gestuurd wordt. We komen te spreken over de grootste zorghervorming van de afgelopen decennia: de recente decentralisaties. Hierdoor kregen gemeenten op 1 januari 2015 veel extra zorgtaken toebedeeld, maar met een kwart minder budget. Everhardt: “We moesten blind tekenen voor deze opdracht. Er lag geen enkele bewijslast dat de gemeenten klaar waren voor deze enorme taak die hen werd toevertrouwd, noch cijfers over hoeveel kinderen er zich in welke zorg bevonden. Maar toch heb ik het vertrouwen dat dit veel meer is dan een bezuinigingsoperatie.”

Wat is vanuit uw sociaal-liberale wereldbeeld de rol van de overheid om zorg te organiseren, en wat die van de burger?
“Het idee van de decentralisatie is dat je mensen regie en verantwoordelijk heid geeft. Dat betekent ook dat die verantwoordelijkheid genomen moet worden en dat je mensen daarop kunt en moet aanspreken. Dat is een kernwaarde van het sociaal-liberalisme: door vertrouwen te geven aan het individu verwacht je een bepaalde mate van verantwoordelijkheid. Maar het betekent ook dat als ze daarnaar handelen, je hen moet loslaten en erop moet vertrouwen dat ze intrinsiek de juiste keuzes maken.”

Hoe verhoudt die zorgplicht zich tot de keuzevrijheid en het gelijkheidsprincipe van het sociaalliberalisme? Bijvoorbeeld de vrijheid en gelijkheid van een bijstandsmoeder die haar familie moet verzorgen?
“Een one-size-fits-all-benadering is er niet. Welk beleid je ook voert, je hebt altijd uitzonderingen. Bovendien is dat een gevolg van de keuzes die de persoon in kwestie kan maken. Het is niet zo dat de overheid mantelzorg kan afdwingen.”

Maar als de overheid niet meer betaalt voor zorg en zegt “dat moet je zelf in je omgeving oplossen”, is hier dan nog wel sprake van een vrije keuze?
“Ten eerste, je hebt altijd een keuze. Ten tweede, je kunt altijd kijken hoe je dat in je eigen omgeving kunt organiseren. En ten slotte, de overheid kan niet voor elk probleem een oplossing zijn. Vanuit je sociaal-liberale idee moet je de overheid zo inrichten dat zij ondersteuning biedt op momenten dat ze een toegevoegde waarde kan hebben. Zonder de verantwoordelijkheid over te nemen.”

Bestaat er het risico dat deze decentralisering de meest kwetsbaren het zwaarst treft?
“Dan vertaal je het als een platte bezuiniging. Ik zie op dit moment geen terugtrekkende overheid, maar een overheid die andere keuzes maakt in wat haar rol is en welke ondersteuning ze biedt. Dit is geen laissez-faire. Het is juist heel hard werken om mensen een andere ondersteuning te bieden die niet alleen financieel goedkoper is, maar ook adequater, namelijk dichter bij huis en veel fijnmaziger. Dat wil niet zeggen dat ik alleen maar met blije mensen te maken heb, absoluut niet.”

Is dat het positieve vrijheidsideaal van D66, dat de overheid zich niet terugtrekt maar mogelijkheden biedt?
“Het is een heel sociaal-liberale gedachte dat je de verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg aan de lokale overheid geeft. Gezondheid speelt zich af in een huis, een straat of een buurt. Dat kun je als lokale overheid veel beter organiseren. Niet zelf, maar met de Utrechters en de professionals in onze stad. Het zijn bijvoorbeeld de medewerkers van de nieuwe buurtteams, waarin hoogwaardige professionals werken, die veel dichter bij het individu staan en ze ook kunnen loslaten. Dat kun je als verschraling zien, maar ik zie dat juist als versterking.”

Uit onderzoek van De Volkskrant [‘Chaos, ongelijkheid, twijfel, maar geen grote ongelukken’, 2 januari 2016] blijkt dat het gedecentraliseerde zorgsysteem leidt tot veel gevoelens van rechtsongelijkheid, vanwege de verschillen tussen gemeenten in het type zorg dat wordt vergoed. Hoe kijkt u daarnaar?
“Rechtsongelijkheid is inherent aan een decentralisatie. Als je als burger niet tevreden bent over de ondersteuning die jij in jouw gemeente krijgt, dan heb je daar democratische controle op. Dan kun je bij de gemeenteraad terecht, want het is de raad die daarover de besluiten neemt. En het zijn de burgers die de raad kiezen. Daarom is het noodzakelijk dat de democratische controle op lokaal niveau goed georganiseerd is en goed functioneert.”

Naast deze decentralisaties vond al eerder een liberalisering in de zorg plaats. Hoe kijkt u als sociaal-liberaal aan tegen marktwerking in de zorg?
“Ik vind dat er een verschil zit tussen liberalisering en marktwerking. Dat er verandering moest komen in het oude systeem, dat was duidelijk, gezien de financierbaarheid daarvan. Dat je daarbij kiest voor een iets vrijere manier – dat noem ik de liberalisering van het systeem, het ontwarren, het ont-bureaucratiseren – dat vind ik een logische gedachte. Het harde marktdenken in de zorg introduceren daarentegen, daar kun je grote vraagtekens bij zetten.”

Waarom precies?
“Marktwerking doorvoeren in een sector waar afhankelijkheid bestaat tussen degene die iets komt vragen en degene die iets komt leveren, dat vind ik lastig. Omdat je geen gelijkwaardig speelveld hebt. Immers, als je ziek bent, in hoeverre kun je dan als klant ergens anders heengaan? In hoeverre is je informatiepositie goed genoeg? En waarom moet ik bij deze zorgverlener shoppen en niet ergens anders, omdat mijn zorgverzekeraar dat zegt? En dan zie je ook nog dat er een verkeerde markt is, met alleen een paar grote spelers.”

Hoe ondervang je dat?
“Dat vind ik een belangrijk thema voor onze partij: wat is precies de democratische controle op dat conglomeraat van zorgverzekeraars? Hoe kun je als lokaal bestuur de zorgverzekeraar aanspreken als je, zeker na de decentralisatie, elkaar op veel vlakken raakt? De democratische controle is op afstand gezet, terwijl de gezondheid van elk individu enorm belangrijk is.”

Daarnaast kan de tweedeling binnen de zorg worden vergroot: mensen met een krappe beurs kunnen minder aanvullende en niet-verzekerde zorg inkopen dan kapitaalkrachtigen. Hoe rechtvaardig is dat?
“Ik vind dat je als samenleving een bepaalde standaard, een basiszorg, moet bepalen waarop iedereen een beroep kan doen. Dat daarbovenop een mate van ongelijkheid bestaat omdat mensen kapitaal hebben om zich bijvoorbeeld in het buitenland te laten dotteren, dat is onderdeel van onze samenleving. Wat ik in ieder geval belangrijk vind, is dat we de ongelijkheid in het aantal levensjaren gelijktrekken. Want je ziet dat er een gat ontstaat tussen hogeropgeleiden die net iets langer leven en in kwalitatieve gezondere levensjaren dan lageropgeleiden. We moeten ervoor zorgen dat dit gat kleiner wordt.”

Hoe doe je dat?
“Dat is nou sturen op waarden zoals ‘Utrecht is een stad waar kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien’. Je moet ervoor zorgen dat mensen die aan de onderkant zitten, geholpen worden. Door iedereen de kans te bieden om met hetzelfde kennisniveau en dezelfde ondersteuning gezonde gedragskeuzes te maken. Niet door dat als overheid dwingend op te leggen. Maar door mensen op verschillende manieren te motiveren en hen te faciliteren.”

 

Doutje Lettinga (@DoutjeLettinga) is gepromoveerd sociologe, gespecialiseerd in gender, migratie, mensenrechten en internationale betrekkingen. Ze werkt als beleidsmedewerker en strateeg bij Amnesty International Nederland.

Heeft dit artikel uw interesse gewekt? Klik hier voor meer info en abonnementen.

Dit artikel verscheen in idee nr. 1 2016: Gezondheid: Mij ’n zorg!

Laatst gewijzigd op 22 november 2018