Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

Gedachtegoed

Naamloos

Het sociaal-liberalisme is een substroming van het liberalisme; een politieke denkrichting waarin de vrijheid (libertas) van denken, geloven en handelen van ieder individu centraal staat. In vergelijking met andere liberale stromingen heeft het sociaal-liberalisme meer oog voor de mens als sociaal wezen, en legt het meer nadruk op het belang van de maatschappij voor vrije individuen. Sociaal-liberalen zijn ervan overtuigd dat vrije individuen vorm en betekenis geven aan hun leefwereld door onder andere verbinding aan te gaan met anderen. Deze verbondenheid (societas) vormt de basis voor een vrije, veilige en rechtvaardige samenleving.

Kort gezegd biedt het sociaal-liberalisme een individueel perspectief op gemeenschap. De Van Mierlo Stichting noemt dit ‘vrijheid in verbondenheid’.

Vrijheid
Zoals alle liberalen hechten sociaal-liberalen grote waarde aan de vrijheid van ieder individu om het leven naar eigen inzicht in te vullen, om tot een eigen beeld van het goede leven te komen, en van mening te kunnen veranderen. Om deze vrijheid te kunnen realiseren moeten individuen beschikken over voldoende kansen om zich te ontplooien en te ontwikkelen.

Hiervoor moet aan twee voorwaarden worden voldaan: mensen moeten vrij kunnen zijn van de dwang van anderen (ook wel ‘negatieve vrijheid’), en mensen moeten vrij kunnen zijn om hun eigen vermogens in te zetten (ook wel ‘positieve vrijheid’). Onder negatieve vrijheid vallen vrijheid van meningsuiting en overtuiging, maar ook de vrijheid om te beschikken over het eigen lichaam. Voor/ten behoeve van deze vrijheiden is een beschermingsplicht van de overheid nodig. Positieve vrijheid refereert naar de capaciteit tot het uitoefenen van de vrije wil; tot het verwerkelijken van het goede leven. Hiertoe dient de overheid te voorzien in een aantal basisvoorzieningen, zoals goed en toegankelijk onderwijs en gezondheidszorg. Dit impliceert dus een inspanningsplicht van de overheid.

Verbondenheid
Sociaal-liberalen menen dat vrije individuen doorgaans onderling verbindingen aan gaan en groepen vormen, want voor velen is menselijke verbondenheid een wezenlijk onderdeel van het goede leven. Voor sociaal-liberalen is die collectiviteit, of die verbondenheid, niet het voornaamste politieke doel, en ook geen beleidsdoel van de overheid. Integendeel; het is het resultaat van de interactie tussen vrije individuen die onderling hun leven naar eigen inzicht invullen. Hiermee onderscheidt het sociaal-liberalisme zich van de sociaal- en christendemocratie, die het individu ondergeschikt achten aan de collectiviteit of de hiërarchie.

Sociaal-liberalen zoeken altijd naar de juiste balans tussen de rol van de markt, de overheid en mensen (onderling) als het gaat om het oplossen van vraagstukken in de samenleving. Het reduceren van vraagstukken tot een keuze tussen markt en overheid, verwaarloost een derde vorm van organisatie die natuurlijker en bovendien vaak efficiënter is; die van de interactie van individuen onderling. De Van Mierlo Stichting noemt dit het relatieprincipe.

Vanuit deze gedachten hebben sociaal-liberalen geen pasklare antwoorden op iedere beleidsvraag. Sociaal-liberalen menen namelijk dat niemand de waarheid in pacht heeft. Daaruit komt het pragmatisme bij het innemen van standpunten voort dat kenmerkend is voor D66, maar tegelijkertijd houdt D66 wel vast aan haar uitgangspunten.

Publicaties
Naast het uitdenken van het sociaal-liberale gedachtegoed probeert de Van Mierlo Stichting deze ideeën te koppelen aan politiek-maatschappelijke thema’s. Goede voorbeelden hiervan zijn onze projecten en daaruit voortvloeiende publicaties over de participatiesamenleving, de ordening van onze samenleving en Europa.

 

Laatst gewijzigd op 28 juli 2016