Doneer aan de Mr. Hans van Mierlo Stichting

Jan Glastra van Loon: Kiezen of Delen

Jan Glastra van LoonKiezen of delen is zonder meer één van Jan Glastra van Loon’s beste essays. Gepubliceerd in december 1964, een kleine twee jaar vóór de oprichting van D66, anticipeert het op veel zaken die de Democraten in hun eerste politieke programma aan de orde zouden stellen. Glastra richt zich op de verhouding tussen kiezers en volksvertegenwoordiging en breekt een lans voor een districtenstelsel. 

Door Daniël Boomsma

Volgens hem rust de gedachte van evenredige vertegenwoordiging op een bepaalde opvatting van democratie en is het niet de énige opvatting van democratie. Het is met name een continentale opvatting, die gegroeid is uit de oppositie tussen absolute monarchie en volkssoevereiniteit. Volgens Glastra zitten er tussen die twee – absolute monarchie en volkssoevereiniteit – echter nog een hele hoop schakeringen.

Vertegenwoordiging
In het model van een districtenstelsel is de band tussen kiezer en volksvertegenwoordiging losser, maar wel directer. Het Verenigd Koninkrijk is daar bij uitstek het voorbeeld van, al bestaan er meerdere vormen van een districtenstelsel. Maar allen gaan ze minder sterk uit van de pure volkssoevereiniteit – dat wil zeggen: de volksvertegenwoordiging en ook de regering die worden gezien als orgaan van de volkswil – en meer van machtscontrole, van de greep die de kiezer heeft op de vorming van de macht, van de regering.

Wat betekent dat concreet? Glastra schrijft: ”Het cardinale verschilpunt tussen het Engelse en andere politieke stelsels is, dat het Engelse volk door één en dezelfde verkiezing zowel zijn regering als parlement kiest. Deze verkiezingen hebben daarom niet de betekenis van volksvertegenwoordiging in het leven te roepen die een zo zuiver mogelijke afspiegeling is van alle politiek relevante stromingen in de natie, maar in de eerste plaats die van de keuze van een regering en oppositie”. En in een voetnoot een Brits commissierapport over de democratie daar citerend: ”A general election is, in fact, considered by a large proportion of this country as practically a referendum on the question which of the two governments shall be returned to power”.

Levendig
Zuiverheid tegenover greep op de macht dus. Glastra pretendeert niet dat zuiverhuid niet nastrevenswaardig is. Integendeel, hij begrijpt heel goed waarom mensen hun bedenkingen hebben bij een districtenstelsel, simpelweg omdat er stemmen ‘verloren’ gaan. Maar tegelijkertijd zegt hij: de politiek wordt nooit gekarakteriseerd door zuiverheid van meningen, in welk stelsel dan ook. Het gaat er dus om waar je de voorkeur aan geeft: een zuivere afspiegeling van de gedachtes van het volk óf een wezenlijk stem bij de machtsvorming, de vorming van de regering en oppositie. Terecht constateerde Glastra dat met een verkiezing die écht gaat om de macht, er ook een levendiger democratie ontstaat. D66 huldigde die gedachte later ook.

De evenredige vertegenwoordiging heeft dus een groot mankement, zegt Glastra: partijen gaan de verkiezingen in met de gedachte dat mensen niet beslissen over de richting van het regeringsbeleid, simpelweg omdat ze geen stem hebben in wie de regering gaat vormen. Althans, ze zal altijd een verbond krijgen van partijen die vervolgens samen een politieke hutspot bereiden met als gevolg dat niemand het idee heeft dat het regeringsbeleid zijn beleid is. In 2012 ontstond er een tweestrijd tussen PvdA en VVD. Beiden kampen wilden niet het beleid van de ander, maar ze kregen ze allebei. Glastra beseft zich uiteraard dat in een meerpartijenstelsel als de onze compromissen onvermijdelijk zijn. Maar hij wijst op een theoretisch mankement, dat de verkiezingen uiteindelijk niet zijn gericht op het kiezen van een regering, maar op het (ver-)delen van Kamerzetels. Dát is de grootste zwakte van het evenredige stelsel in Nederland.

“All out”
Het stelsel heeft op die manier ook gevolgen voor het publieke debat. Glastra stelt het heel scherp: ”In dit politieke kader kan zich dan ook geen scherpe “all out” gaande oppositie ontwikkelen die tegelijkertijd regeringsverantwoordelijkheid ambieert. Een buiten een regeringscoalitie staande partij kan immers slechts door het sluiten van nieuwe compromissen en het deelgenoot worden van een andere coalitie hopen kabinetszetels te verwerven.

Er ontstaat zo een klimaat waarin felle, nietsontziende kritiek alleen al om die eigenschappen als een blijk van gebrek aan verantwoordelijkheidszin wordt beschouwd. Dat klimaat blijft niet beperkt tot het parlement, het beheerst het openbare debat in vergaderingen in de pers, radio, en televisie. Onze discussies zijn doortrokken van een toontje van zoetsappigheid, ja, van nederigheid, die weinig met echte bescheidenheid, veel met het niet willen ingooien van eigen glazen te maken heeft.”

Wat moet er dan veranderen? De belangen van gevestigde partijen zijn groot, en een districtenstelsel invoeren is lastig, weet ook Glastra. Een eerste stap is dat partijen voor verkiezingen al een coalitie vormen, een potentiële coalitie zodat de kiezer met zijn stem invloed heeft op wie er gaan regeren. Het winstpunt t.o.v. het huidige systeem, is dat het dwingt tot coalitie en meerderheidsvorming vóór en tijdens de verkiezingen, waardoor kiezers ”een grotere en meer directe invloed op de bepaling van de politieke kleur van de regering” hebben. Op lange termijn was Glastra echter voorstander van een districtenstelsel. Hij wist dat slepende kwalen soms gevaarlijker zijn dan acute. In het eerste partijprogramma van D66 klonk in ieder geval alvast het startsein voor het verhelpen van die kwalen.

Lees hier Kiezen of delen.

Laatst gewijzigd op 22 november 2018