Help ons het sociaal-liberaal gedachtegoed groot te maken

Mary Wollstonecraft (1759-1797)

wollstonecraft‘A hyena in petticoats’

De Engelse feministe Mary Wollstonecraft is nauwelijks bekend bij het grote publiek. Als vrouwelijke filosofe en schrijfster deed ze in de 18de eeuw echter veel stof opwaaien.

Dit artikel is verschenen in de idee nr. 2 2014

Door Herman Beun

De politicus en grondlegger van de gothic novel Horace Walpole noemde haar in een brief uit 1795 een ‘hyena in petticoats’. Het enthousiasme van Mary Wollstonecraft (1759-1797) voor de toen nog verse Franse revolutie vervulde hem als aristocraat met afgrijzen – en misschien wel angst. Haar strijd voor vrouwenrechten en -onderwijs, en voor gelijkwaardigheid in man-vrouwrelaties zal evenmin een aanbeveling geweest zijn voor een man die het epitheton ‘in petticoats’ nooit in positieve zin gebruikte. Wie was deze relatief onbekende voorvechtster van vrouwenrechten?

Erfenis
Mary Wollstonecraft werd geboren in 1795, als tweede in een gezin van zeven kinderen. Als filosofe, schrijfster en historica was ze grotendeels autodidact, daarin vooral gestimuleerd door het intellectuele gezin van haar jeugdvriendin Jane Arden. Haar eigen vader, zoon van een geslaagd industrieel, had het – geheel naar de geldende opvattingen van zijn tijd – namelijk niet nodig gevonden haar naar school te sturen. Vrouwen behoefden nu eenmaal niet meer te kunnen dan mooi en onderhoudend zijn. En natuurlijk het huishouden te doen. Zelf had hij geen gelukkige hand in zaken, deze Edward John Wollstonecraft. Hoewel het gezin bij de geboorte van Mary nog een goed inkomen genoot uit zijn erfenis, liep dat geleidelijk achteruit door zijn mislukte pogingen het te maken als hereboer. De financiële situatie van de familie ging zo achteruit dat hij de jonge Mary uiteindelijk dwong afstand te doen van het erfdeel dat ze gekregen zou hebben als ze volwassen werd.

Mary’s jaren als jongvolwassene laten een vrouw zien met veel verantwoordelijkheidsgevoel en inzet voor anderen. Regelmatig bracht ze de nacht door voor de slaapkamerdeur van haar moeder, om haar te beschermen tegen de driftbuien van haar vader. Toen ze negentien was ontvluchtte ze het ouderlijk huis in Spitalfield bij Londen, om een betrekking aan te nemen als gezelschapsdame van een rijke weduwe in Bath.

Maar al twee jaar later keerde ze terug om haar moeder te verzorgen, die uiteindelijk na een lang ziekbed overleed. Rond diezelfde tijd hielp ze ook haar zus Eliza om te ontsnappen aan een gewelddadige echtgenoot. Nog iets later liet ze alles uit haar handen vallen om de verzorging op zich te nemen van haar hartsvriendin Fanny Blood. Die overleed in 1786 aan tuberculose, een gebeurtenis die bij Mary diepe sporen zou achterlaten.

Levenservaring
Het begin van haar literaire en filosofische carrière had ze te danken aan de radicale Londense uitgever Joseph Johnson. Hij publiceerde in 1787 haar eerste pamflet: Thoughts on the Education of Daughters: with Reflections on Female Conduct, in the More Important Duties of Life. Het leverde haar 10 pond op. In een karakteristiek gebaar schonk ze deze aan de ouders van Fanny. The Education of Daughters is een soort 18e-eeuws self-help boek, maar het roert al veel van de thema’s aan waarmee Wollstonecraft zich later zou profileren. Het boek richt zich vooral op de opkomende middenklasse, en moedigt moeders aan om hun dochters analytisch denken bij te brengen, alsmede zelf-discipline, eerlijkheid, tevredenheid met hun maatschappelijke positie en vaardigheden waarmee ze zichzelf zo nodig zelf kunnen onderhouden. Met dat laatste, het belang van zelfredzaamheid voor een vrouw alleen, grijpt ze terug op haar eigen levenservaringen.

Het voornaamste doel van haar boek is om vrouwen op te voeden tot nuttige echtgenotes en moeders. Want, zo stelt Wollstonecraft, in die rol kunnen ze het meest effectief bijdragen aan de maatschappij. Dit klinkt waarschijnlijk niet erg feministisch voor een belangrijk icoon van de vrouwenbeweging. Maar daarbij moet de context van haar tijd niet uit het oog worden verloren. Alhoewel Wollstonecraft de traditionele maatschappelijke rol van de vrouw, als gezellin van haar man en als opvoeder van kinderen, niet bevraagd, is de manier waarop die rol volgens haar moet worden ingevuld wel anders dan voorheen.

Sieraad
In de traditionele opvatting van haar tijd is de vrouw een soort sieraad: zij dient in de eerste plaats mooi en bevallig te zijn, en daarnaast onderhoudend door zich toe te leggen op muziekspel, borduren en tekenen. Mary, die zelf op die manier was opgevoed, zet zich daar scherp tegen af door juist de intellectuele en morele ontwikkeling van haar seksegenoten voorop te stellen. Want, zo redeneert zij, alleen als vrouwen zelf ontwikkeld en deugdzaam zijn, kunnen zij de opvoeding van hun kinderen tot ontwikkelde, deugdzame burgers tot een succes maken.

Met haar nadruk op onderwijs en individuele zelfredzaamheid heeft Wollstonecraft het (sociaal-liberale) positieve vrijheidsbegrip te pakken. Maar ook zien we in haar pedagogische opvattingen sporen terug van John Locke, de bekende liberale filosoof. In Some Thoughts on Education (1693) beschrijft Locke het zich ontwikkelende Zelf als een tabula rasa bij de geboorte, dat blijvende invloed ondergaat van de ervaringen, en dus de opvoeding, tijdens het opgroeien. Wollstonecraft neemt die gedachte over maar stelt net als Rousseau in Emile, ou de l’Education dat kinderen daarnaast ook aangeboren gevoelens hebben die hen aanzetten om het goede te doen.

Ramp
Het bescheiden succes van The Education of Daughters vormde voor Wollstonecraft een aanmoediging om meer te gaan schrijven. Haar uitgever Johnson nam haar aan als redacteur voor zijn nieuwe tijdschrift Analytical Review, een progressief blad met democratische sympathieën. Mary zou daarin kritieken schrijven van literaire werken, maar begon zich al snel te verbreden. Via Johnson en zijn blad kwam ze in aanraking met de intellectuele en liberale avant-garde van Londen. In Europa bruiste het op dat moment van de revolutionaire ideeën, en in Frankrijk werden die vanaf 1789 daadwerkelijk in praktijk gebracht.

De bestorming van de Bastille, de onthoofding van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette, en de instelling van de Republiek brachten in Engeland de pennen heftig in beweging. De filosoof Samuel Burke schreef in 1790 een felle kritiek, Reflections on the Revolution in France. Het is een goed geschreven conservatief standaardwerk, met argumenten die ook een dikke eeuw later nog prima dienst bleken te doen tegen de socialistische revolutie. Burke stelt in het werk dat de revolutie wel moet uitlopen op een ramp (inderdaad begint twee jaar later de Terreur van Robespierre), omdat deze gebaseerd is op abstracte, rationele ideeën die geen rekening houden met de complexe, historisch gegroeide werkelijkheid. Het stuk van Burke is voor Wollstonecraft aanleiding voor een vlammende repliek onder de titel Reflections on the Rights of Men.

Ze ontketende daarmee een barrage aan replieken van verschillende auteurs. In The Rights of Men ontvouwt ze niet, zoals Burke deed, een omvattende politieke theorie, maar valt ze zijn ideeën aan op morele gronden. Ze wijst op de sociale en economische ongelijkheden die door Burkes theorieën worden voorondersteld. Tegenover de aristocratische, ridderlijke waarden waarvan hij de teloorgang betreurt (de terechtstelling van Marie-Antoinette – een dame, en dan nog wel een koningin – is hem een bijzondere gruwel), stelt Wollstonecraft burgerlijke waarden waarbij niet afkomst, maar verdiensten bepalen hoe iemand beoordeeld moet worden. Hard werken, zelf-discipline, kuisheid en deugdzaamheid zijn de na te streven waarden waarmee ondernemende, getalenteerde kinderen uit minder gepriviligieerde milieus op gelijke voet kunnen concurreren.

Obstakels
Het recht op eigendom komt voort uit arbeid, stelt zij met John Locke, en niet uit overerving zoals Burke meent. De ongelijke verdeling van rijkdom die uit overerving voortkomt is volgens haar dan ook een van de belangrijkste obstakels voor de vooruitgang van de Europese en Britse beschaving. The Rights of Men werd veel, en voornamelijk positief, besproken in alle belangrijke periodieken, en binnen drie weken was al een herdruk nodig. Deze vermeldt ook voor het eerst pas Mary’s naam als auteur. Tekenend is dat daarmee ook de besprekingen van toon veranderen: Burkes ‘rationaliteit’ wordt nu geplaatst tegenover de ‘passie’ van Wollstonecraft, die immers een vrouw is.

Het logische vervolg op The Rights of Men, Wollstonecrafts belangrijkste werk, volgde twee jaar later. Aanleiding was een rapport van Talleyrand aan de Franse Assemblée Nationale in 1791. Geheel in de geest van de Verlichting en de Revolutie bepleitte hij daarin de noodzaak van een nationaal onderwijsstelsel. Maar niet voor vrouwen, want die moesten niet worden aangemoedigd om te streven naar een maatschappelijke rol en positie die zij volgens de Grondwet nu eenmaal niet hadden. Voor vrouwen was het voldoende als hun opvoeding hen voorbereidde op een kalm en teruggetrokken leven thuis.

Slavernij
Wollstonecrafts A Vindication of the Rights of Woman: with Strictures on Political and Moral Subjects verscheen in 1792, en is opgedragen aan Talleyrand. In het werk stelt ze onder meer de vraag waar die ‘onvervreemdbare rechten’ van de Verlichting eigenlijk vandaan komen. Haar antwoord is dat deze afkomstig zijn van God, en dat het dus een zonde is als een deel van de maatschappij deze rechten ontzegt aan een ander deel. Een terugkerend thema in het boek is ‘sensibility’, een veelbesproken onderwerp in die tijd. Alom werd aangenomen dat sommige mensen, vooral vrouwen, gevoeliger zenuwen hadden dan anderen en als gevolg daarvan meer onderhevig waren aan emoties. Dit zou dan weer leiden tot een andere opstelling in morele kwesties: wie behept was met ‘sensibility’ kon zich gemakkelijker inleven in de pijn van een ander, en was eerder geneigd om zich in te zetten voor humanitaire zaken zoals de afschaffing van de slavernij – een actueel thema in die dagen, maar ook voor individuele rechten, seksuele vrijheid en ‘onconventionele’ relaties gebaseerd op gevoelens. Maar ‘sensibility’ kon ook verlammend werken, omdat te verfijnde zenuwen lijden en zwakte tot gevolg konden hebben.

Hoewel Wollstonecraft gevoelens zeker niet afwijst als bron van moraal en van rationele besluiten, zet ze zich af tegen vrouwen die zich teveel door modieuze gevoeligheid laten meeslepen. Dat bevestigt namelijk het beeld dat vrouwen irrationele wezens zijn, en ondermijnt het streven naar een meer gelijkwaardige positie. Blijkbaar vindt ze dit element zo belangrijk dat ze in het verlengde hiervan ook betoogt dat vrouwen geen slaaf moeten zijn van hun lichaam en daarmee van hun seksualiteit. Twee ‘deugdzame jonge mensen’ in een relatie moeten ervoor zorgen dat ze hun passies in bedwang houden, want liefde en vriendschap gaan nu eenmaal niet samen.

Vonk
In de eerste jaren na de Franse revolutie oefende Parijs op intellectuelen uit heel Europa een aantrekkingskracht uit die doet denken aan mei 1968. Ook Wollstonecraft vertrok in 1792 naar Frankrijk om daar haar politieke theorieën in de praktijk te testen. Daarbij bleek vooral het beteugelen van passies een lastige opgave. In Frankrijk kreeg ze een stormachtige relatie met Gilbert Imlay, een Amerikaanse zakenman en avonturier, die ze daar ontmoet had. Wollstonecraft raakte zwanger en schonk op 14 mei 1794 het leven aan een dochter die zij, naar haar overleden vriendin, Fanny noemde. Voor de buitenwereld en zelfs Mary’s zussen deden de twee alsof ze getrouwd waren, iets wat vooral Mary waarschijnlijk ook wel echt gewild had. Imlay niet: hij vertrok nog voor de geboorte van hun kind naar Londen en liet steeds minder van zich horen. In 1795 reisde Mary hem achterna, om na de bijna onvermijdelijke afwijzing tot tweemaal toe een zelfmoordpoging te doen.

Gelukkig herstelde ze zich in de jaren daarna, en pakte ze haar schrijvende leven weer op. Daarbij liep ze William Godwin tegen het lijf, een bekend politiek filosoof die beschouwd wordt als een van de eerste utilitaristen en anarchisten. De twee kenden elkaar al voordat Mary naar Frankrijk vertrok, maar een vonk was er toen niet overgeslagen. Nu wel. In 1797 trouwden ze (Wollstonecraft was inmiddels opnieuw zwanger), om vervolgens hun intrek te nemen in twee aangrenzende huizen. De relatie was zeer gelukkig, maar mocht niet lang duren.

Enkele maanden na het huwelijk stierf Mary in het kraambed op 10 september 1797. Godwin bleef ontredderd achter met hun nieuwgeboren dochter, Mary, en vernietigde ongewild nog even haar reputatie toen hij in zijn memoires openhartig vertelde over haar twee buitenechtelijke dochters, haar liefdes en haar zelfmoordpogingen. Dochter Mary trouwde later met de dichter Shelley en schreef de gothic novel die alle romans van petticoat-hater Walpole in de schaduw zou stellen: Frankenstein.

Herman Beun houdt zich als ambtenaar bij de Tweede kamer bezig met Europese Zaken. Hij geeft voor de Van Mierlo Stichting inleidingen over het sociaal-liberale gedachtegoed en leest over politieke filosofen in de Sociaal-Liberale Boekclub.

Artikel uit idee (2014), jaargang 35, nr. 2, 52-56.

Heeft dit artikel uw interesse gewekt? Klik hier voor meer info en abonnementen.

Laatst gewijzigd op 16 november 2016